Al eerder op dit blog heb ik het gehad over de twee minors die ik op alternatieve wijze hoop af te ronden. In november heb ik van de examencommissie toestemming gekregen om voor beide een EVC-traject te starten. Op donderdag 2 februari hoop ik een dossier in te leveren waarin ik deze eerder verworven competentie aantoon. Dat doe ik door middel van twee zelf geconstrueerde minors. In de eerste heb ik mijn werkzaamheden en kennis op het gebied van gemeentepolitiek gevat, de tweede bestaat uit vakken en artikelen in de vakgebieden sociologie en antropologie.
Halverwege februari hoop ik die kennis in een apart assessment aan te tonen. Dat betekent dat op dit moment nog niet bekend is of ik mijn minors daadwerkelijk gehaald heb. Dat weet ik wel ruim voor het eindassessment gepland staat. Zodra ik het resultaat van dit minortraject binnen heb, zal ik dat hier vermelden.
dinsdag 31 januari 2012
#Persenpolitie
Toen er in de loop van 2009 steeds meer collega's begonnen te twitteren, moest ik daar een beetje om lachen. Twitter wat moet eens mens/journalist daar nou weer meer? Toen er in juni 2011 een noodweer losbarstte boven Oost-Brabant, was twitteren het eerste wat ik deed nadat ik van de schrik bekomen was. Binnen een paar minuten had ik al drie schademeldingen in mijn gemeente op een rijtje.
De opmars van Twitter in de journalistiek en de samenleving spreekt voor mij behoorlijk tot de verbeelding. Misschien omdat het een 'revolutie' is die ik van begin af aan heb meegemaakt. Toen ik bij het Eindhovens Dagblad begon, was Twitter nog totaal geen issue. Drie jaar later halen we er meerdere keren per week nieuws vandaan.
Dat ik in mijn vakreflectiedocument iets van die opmars wilde laten zien, spreekt daarmee redelijk voor zich. Maar wat dan eigenlijk? Enthousiast diende ik een opzet in. Het plan: uit de doeken doen hoe je Twitter als regioverslaggever kunt gebruiken. Precies dat wat ik aan den lijve had ondervonden, dus.
Overzicht
De opzet werd weliswaar goed gevonden, maar al brainstormend kon ik er zo veel kanten mee op dat ik het overzicht al bij de gedachte verloor. Maar afijn, toch maar een eerste interview gepland bij de politie, een van onze belangrijkste twitterbronnen. Het werd een lang en vruchtbaar koffiegesprek bij Ed Sabel, de webadviseur die Twitter bj de Nederlandse politie introduceerde.
Hij en ik concludeerden dat er zowel binnen de journalistiek als bij de politie enorm veel gaande is op het gebied van sociale media. Twitterende agenten brengen ineens enorm veel nieuws naar buiten, terwijl de politie voorheen altijd zo terughoudend was met mededelingen aan de pers. En wij journalisten, wij zijn onze primeurs kwijt aan mensen op straat die toevallig wél ooggetuige waren bij een incident.
Sindsdien gaat mijn scriptie over de relatie tussen pers en politie. Ik besloot mijn oor te luisteren te leggen bij collega's bij de krant, bij de afdeling voorlichting van de politie en bij de wijkagenten die het afgelopen jaar enthousiast aan het twitteren zijn geslagen.
Bevalling
Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat de relatie tussen pers en politie op zijn kop staat. Maar krijg dát als licht-chaotisch krantenjournalist maar eens fatsoenlijk op papier in amper een maand tijd. December ging immers grotendeels op aan het co-schap bij GeR, terwijl de deadline met rasse schreden naderde.
Het was een moeilijke bevalling, dat geef ik meteen toe. Een steekhoudende redeneertrant destilleren uit al die informatie viel me zwaar. Soms kreeg ik dagen geen zin op papier, soms was ik in een uur ineens anderhalve pagina. Pas in de laatste week begon het stuk echt vorm te krijgen; helaas al te laat om er nog feedback op te kunnen ontvangen.
Toch denk ik dat ik een aardig beeld heb kunnen schetsen van hoe de verhoudingen tussen pers en politie liggen. En de conclusie heeft ook mijzelf uiteindelijk verrast: Twitter lijkt beide beroepsgroepen nader tot elkaar te brengen. Mijn vakreflectieproduct is hier te vinden.
De opmars van Twitter in de journalistiek en de samenleving spreekt voor mij behoorlijk tot de verbeelding. Misschien omdat het een 'revolutie' is die ik van begin af aan heb meegemaakt. Toen ik bij het Eindhovens Dagblad begon, was Twitter nog totaal geen issue. Drie jaar later halen we er meerdere keren per week nieuws vandaan.
Dat ik in mijn vakreflectiedocument iets van die opmars wilde laten zien, spreekt daarmee redelijk voor zich. Maar wat dan eigenlijk? Enthousiast diende ik een opzet in. Het plan: uit de doeken doen hoe je Twitter als regioverslaggever kunt gebruiken. Precies dat wat ik aan den lijve had ondervonden, dus.
Overzicht
De opzet werd weliswaar goed gevonden, maar al brainstormend kon ik er zo veel kanten mee op dat ik het overzicht al bij de gedachte verloor. Maar afijn, toch maar een eerste interview gepland bij de politie, een van onze belangrijkste twitterbronnen. Het werd een lang en vruchtbaar koffiegesprek bij Ed Sabel, de webadviseur die Twitter bj de Nederlandse politie introduceerde.
Hij en ik concludeerden dat er zowel binnen de journalistiek als bij de politie enorm veel gaande is op het gebied van sociale media. Twitterende agenten brengen ineens enorm veel nieuws naar buiten, terwijl de politie voorheen altijd zo terughoudend was met mededelingen aan de pers. En wij journalisten, wij zijn onze primeurs kwijt aan mensen op straat die toevallig wél ooggetuige waren bij een incident.
Sindsdien gaat mijn scriptie over de relatie tussen pers en politie. Ik besloot mijn oor te luisteren te leggen bij collega's bij de krant, bij de afdeling voorlichting van de politie en bij de wijkagenten die het afgelopen jaar enthousiast aan het twitteren zijn geslagen.
Bevalling
Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat de relatie tussen pers en politie op zijn kop staat. Maar krijg dát als licht-chaotisch krantenjournalist maar eens fatsoenlijk op papier in amper een maand tijd. December ging immers grotendeels op aan het co-schap bij GeR, terwijl de deadline met rasse schreden naderde.
Het was een moeilijke bevalling, dat geef ik meteen toe. Een steekhoudende redeneertrant destilleren uit al die informatie viel me zwaar. Soms kreeg ik dagen geen zin op papier, soms was ik in een uur ineens anderhalve pagina. Pas in de laatste week begon het stuk echt vorm te krijgen; helaas al te laat om er nog feedback op te kunnen ontvangen.
Toch denk ik dat ik een aardig beeld heb kunnen schetsen van hoe de verhoudingen tussen pers en politie liggen. En de conclusie heeft ook mijzelf uiteindelijk verrast: Twitter lijkt beide beroepsgroepen nader tot elkaar te brengen. Mijn vakreflectieproduct is hier te vinden.
Co bij GeR
Een beetje onwennig stapte ik mijn eerste dinsdagmorgen als co bij GeR de redactievloer op. Na ruim drie jaar werken bij het Eindhovens Dagblad was het een vreemde gewaarwording om me voor een paar weken 'les' ineens te melden voor dat ene verplichte project dat ik nog zou moeten volgen. Ik kende geen van de tweedejaars die ik zou moeten begeleiden. Ook de meeste collega-co's waren me vreemd. Omdat het concept GeR nog niet bestond toen ik zelf in het tweede jaar zat, begon ik aan een nogal ongewis avontuur. Pijlers? Een twist? Het waren termen die ik tijdens de introductieweek voor het eerst hoorde. De eerste week was wennen. Niet eens zozeer omdat ik ineens weer op school zat; meer nog omdat ik ineens leiding moest gaan geven. Ik miste de voldoening die je aan het einde van de dag voelt als je een stukje inlevert. Je bent als co eigenlijk de hele dag druk, maar vooral met links en rechts dingen nakijken, kleine problemen oplossen en de boel aan de gang houden. En dus dacht ik aan het eind van zo'n dag: wat heb ik nou eigenlijk gedaan vandaag?
Gelukkig komen verderop in het project de resultaten wél bovendrijven. Studenten die zich gaandeweg verbeteren, projecten die dan toch van de grond komen... Uit een brainstormsessie over Serious Request kwam dat we zelf wel eens mee konden gaan lopen met Serious Walk, de wandeltocht die FHJ-docent Roy Mevissen voor het goede doel organiseerde. Die handschoen heb ik opgepakt. Binnen korte tijd waren er tien tweedejaars die mee wilden wandelen en onderweg een item zouden maken. Niet alles is gelukt, maar veel ook wel. Ik kijk terug op een onvergetelijke laatste week als co-on-the-road op wandelschoenen.
In dit document is een reflectie te vinden. De beoordeling, waar ik dan toch stiekem wel een beetje trots op ben, staat hier. Het waren mooie weken!
woensdag 9 november 2011
Een stap dichterbij
Na een paar dagen spitten in eigen werk, nadenken hoe het ook al weer allemaal zat en vooral ook flink doortikken is mijn portfolio bijna gereed. Dat wil zeggen: alle journalistieke verhalen staan erin. De komende weken ga ik me nog buigen over mijn vakreflectieproduct.
De twaalf verhalen die ik in mijn portfolio heb opgenomen, geven denk ik een goed beeld van wat ik op dit moment als journalist in mijn mars heb. Diverse genres en onderwerpen komen aan bod. Daarbij is natuurlijk ruim plaats voor de verhalen waar ik mijns inziens het beste in ben en die ik mede daarom ook graag schrijf. Ik doel daarbij op reportages die niet noodzakelijk een forse nieuwsaanleiding hebben, maar waarbij ik (mede daardoor juist) mijn creativiteit als schrijver/journalist kwijt kan. Ook analyses schrijf ik graag. Ik denk dat ik er steeds beter in slaag om mensen in mijn redenering mee te voeren. Ik hoor ook regelmatig terug dat ze in de gemeentepolitiek zeer serieus worden genomen...
Netwerk
Natuurlijk zijn er ook nog zwakke(re) plekken. Van nature ben ik bijvoorbeeld meer een schrijver dan iemand die heel makkelijk een netwerk opbouwt. Toch heb ik juist daarin een goede leerschool gehad: als je een gemeente volgt, dan zal je wel moeten. Niettemin zijn er collega's die ik bewonder om de manier waarop ze zich in 'hun' dorp kenbaar maken. Nog meer het dorp in, (aan)bellen, mensen leren kennen: daar kan ik nog veel in leren.
En nog zoiets: ik mag ook best wat minder chaotisch worden. In een portfolio zie je mijn warrigheid (hoop ik althans) misschien niet terug, maar op een redactie is een beetje georganiseerd werken wel zo handig. Op de streekredactie moet er verschrikkelijk veel van tevoren bekend worden. Zo moeten we 's middags al over de krant van overmorgen gaan nadenken en een planning doorgeven aan de opmaak. Die agenda - moet ik bekennen - wil ik nog wel eens vergeten in te vullen. Ook het op tijd doorgeven van fotobestellingen is niet mijn sterkste kant. Ook hier geldt: de redactie is een goede leerschool. En hoe meer ervaring, hoe beter ik ook deze zwakke plekken onder controle begin te krijgen.
Vrijheid
Al ben ik de afgelopen drie jaar dus nauwelijks op school geweest, ik heb wel degelijk een hoop geleerd. Bij het ED heb ik de kans gekregen om mezelf als journalist te ontwikkelen. Het mooie van een redactie is dat je er de vrijheid hebt om zeer diverse verhalen te maken. Natuurlijk richt ik me een groot deel van de tijd op mijn gemeente Sint-Oedenrode. Maar of ik dan een analyse schrijf of een achtergrondreportage: dat bepaal ik grotendeels zelf. Juist omdat ik als beste ben ingevoerd in mijn gemeente, heb ik veel vrijheid om mijn onderwerpen te kiezen en mijn agenda te bepalen.
Daarnaast probeer ik ook buiten de gemeentegrenzen te kijken: ik denk dat mijn portfolio daar ook van getuigt. Verhalen gaan niet alleen over lokale kwesties, maar ook over trainingsstages in Portugal, over bustarieven in de regio en over de Top 2000. Zoals ik hierboven al schreef: ik denk dat deze twaalf artikelen een goed beeld geven van mijn werk. Nu maar hopen dat dat beeld goed genoeg is om nu dan toch dat felbegeerde papiertje te halen...
De twaalf verhalen die ik in mijn portfolio heb opgenomen, geven denk ik een goed beeld van wat ik op dit moment als journalist in mijn mars heb. Diverse genres en onderwerpen komen aan bod. Daarbij is natuurlijk ruim plaats voor de verhalen waar ik mijns inziens het beste in ben en die ik mede daarom ook graag schrijf. Ik doel daarbij op reportages die niet noodzakelijk een forse nieuwsaanleiding hebben, maar waarbij ik (mede daardoor juist) mijn creativiteit als schrijver/journalist kwijt kan. Ook analyses schrijf ik graag. Ik denk dat ik er steeds beter in slaag om mensen in mijn redenering mee te voeren. Ik hoor ook regelmatig terug dat ze in de gemeentepolitiek zeer serieus worden genomen...
Netwerk
Natuurlijk zijn er ook nog zwakke(re) plekken. Van nature ben ik bijvoorbeeld meer een schrijver dan iemand die heel makkelijk een netwerk opbouwt. Toch heb ik juist daarin een goede leerschool gehad: als je een gemeente volgt, dan zal je wel moeten. Niettemin zijn er collega's die ik bewonder om de manier waarop ze zich in 'hun' dorp kenbaar maken. Nog meer het dorp in, (aan)bellen, mensen leren kennen: daar kan ik nog veel in leren.
En nog zoiets: ik mag ook best wat minder chaotisch worden. In een portfolio zie je mijn warrigheid (hoop ik althans) misschien niet terug, maar op een redactie is een beetje georganiseerd werken wel zo handig. Op de streekredactie moet er verschrikkelijk veel van tevoren bekend worden. Zo moeten we 's middags al over de krant van overmorgen gaan nadenken en een planning doorgeven aan de opmaak. Die agenda - moet ik bekennen - wil ik nog wel eens vergeten in te vullen. Ook het op tijd doorgeven van fotobestellingen is niet mijn sterkste kant. Ook hier geldt: de redactie is een goede leerschool. En hoe meer ervaring, hoe beter ik ook deze zwakke plekken onder controle begin te krijgen.
Vrijheid
Al ben ik de afgelopen drie jaar dus nauwelijks op school geweest, ik heb wel degelijk een hoop geleerd. Bij het ED heb ik de kans gekregen om mezelf als journalist te ontwikkelen. Het mooie van een redactie is dat je er de vrijheid hebt om zeer diverse verhalen te maken. Natuurlijk richt ik me een groot deel van de tijd op mijn gemeente Sint-Oedenrode. Maar of ik dan een analyse schrijf of een achtergrondreportage: dat bepaal ik grotendeels zelf. Juist omdat ik als beste ben ingevoerd in mijn gemeente, heb ik veel vrijheid om mijn onderwerpen te kiezen en mijn agenda te bepalen.
Daarnaast probeer ik ook buiten de gemeentegrenzen te kijken: ik denk dat mijn portfolio daar ook van getuigt. Verhalen gaan niet alleen over lokale kwesties, maar ook over trainingsstages in Portugal, over bustarieven in de regio en over de Top 2000. Zoals ik hierboven al schreef: ik denk dat deze twaalf artikelen een goed beeld geven van mijn werk. Nu maar hopen dat dat beeld goed genoeg is om nu dan toch dat felbegeerde papiertje te halen...
Bijna-hype
De Kerstdagen van 2010 zal ik niet snel vergeten. Niet omdat het eten zo lekker was, maar omdat ik tot diep in de nacht lijstjes heb geteld. Lijstjes van mensen die op de Top 2000 van Radio 2 hebben gestemd, om precies te zijn. Ik zat namelijk midden in een bijna-hype die ik zelf had gecreëerd en tot een échte hype hoopte uit te bouwen.
Het begon allemaal met dit bericht op het muziekforum Musicmeter.nl. Een van de gebruikers van de site kwam tot de ontdekking dat de uiteindelijke lijst niet correspondeerde met de ruwe data die Radio 2 zelf op zijn site publiceerde. Daar stond namelijk een wereldkaart waarop een groot deel van de individuele stemlijstjes terug te vinden was. Via dat systeem was ook het aantal stemmen per nummer te achterhalen. Een aantal nummers dat de Top 2000 ruimschoots zou moeten hebben gehaald, bleek niet in de lijst te staan. Opvallend, want onder veel muziekliefhebbers leeft het vermoeden al langer dat Radio 2 de lijst manipuleert. Het was alleen nooit aantoonbaar.
Manipulatie
Met die informatie ben ik de data op de site eens een middagje gaan bestuderen. Op die manier kwam ik steeds meer nummers tegen waar 'iets mee aan de hand was'. Was er hier inderdaad sprake van manipulatie? Alles wees erop: er was in de nummers een duidelijk patroon te herkennen. Ze pasten over het algemeen beter in het profiel van de publieke 'jongerenzender' 3FM dan van het 'oudere' Radio 2. Zo kwam de zaak op 22 december aan het rollen. Het leidde de volgende dag tot een publicatie op de voorpagina en een uitgebreider artikel op de tweede en derde pagina.
Zoals u hier kunt lezen, ontkende Radio 2 de lijst moedwillig bij te schaven. De woordvoerder gaf aan dat het aan de data op de site lag. Maar intussen haalde de zender wel de gegevens offline. Daardoor waren de afwijkingen die ik had geconstateerd niet meer na te trekken. Hoewel mijn berichtgeving in meerdere GPD-kranten mee ging en dat tot een golf(je) van verontwaardiging op diverse internetfora leidde, bleef een echte hype daardoor uit. Dat zat me niet helemaal lekker: door het duidelijke patroon in de ontbrekende nummers twijfel(de) ik er niet aan dat Radio 2 wel degelijk zijn eigen lijst manipuleerde.
2009
Ik volgde ondertussen de berichtgeving en forumreacties over het door mij aangezwengelde onderwerp. En daarbij kwam iets interessants aan het licht. De data van 2009 stonden nog wél online en waren bereikbaar door in het webadres '2010' in '2009' te veranderen (deze truc zou later nog eens bij de Rijksbegroting worden toegepast, maar dat terzijde). Ondanks dat het inmiddels kerst was, heb ik het toen nog wat grondiger aangepakt. Van enkele 'verdachte' platen ben ik alle ingediende stemlijstjes op individueel niveau gaan bekijken. Van een bug bleek geen sprake. Alle stemmen waren gewoon keurig te herleiden tot individuele lijstjes. Om dat zwart op wit te hebben, heb ik zelfs een aantal excel-sheets opgesteld waarbij alle stemmen op verdachte nummers op woonplaats gerangschikt stonden. En dus publiceerde ik opnieuw. In de krant, maar ook op de website, waarbij ik ook een overzicht van de 'verdachte' platen uit 2009 heb opgesteld.
Radio 2 besloot nu niet te reageren op het document dat ik ze daarop heb voorgelegd. Wel liet de zender zich enorm kennen door weer hetzelfde te doen als een paar dagen eerder: de gegevens gingen offline, waardoor het verhaal niet meer te checken was. Op die manier heeft de zender mijns inziens grote imagoschade voorkomen.
2 miljoen?
Ik heb tijdens die hele Top 2000-gate wel een paar keer gedacht of ik zelf niet te ver doorschoot in het willen halen van mijn eigen gelijk. Toch denk ik dat het sop de kool in dit geval wel degelijk waard is. Hoewel de Top 2000 misschien een triviaal onderwerp is, vind ik de handelswijze van de zender ronduit kwalijk. De Top 2000 is meer dan alleen een lijstje; er is in de laatste weken van het jaar een heel mediacircus omheen gebouwd. Radio 2 is er niet vies van om de zaak daarbij nogal op te blazen: zo stuurt de zender jaarlijks een persbericht dat er zo'n 2 miljoen stemmen zijn uitgebracht. Zonder het woord te gebruiken, doet men daarbij voorkomen dat er 2 miljoen mensen gestemd hebben. In werkelijkheid gaat het echter om 2 miljoen stemmen op nummers en dienen de meeste stemmers 10 tot 15 keuzes in. Het aantal mensen dat op de lijst stemt ligt dus hooguit op enkele honderdduizenden. Op alle mogelijke manieren wordt de illusie hooggehouden dat het de keuze van het Nederlandse volk is. Dat is het dus maar ten dele. En als je dat dan ontmaskert, wordt manipulatie glashard ontkend.
De Top 2000 komt er inmiddels weer bijna aan. Ik ben benieuwd of Radio 2 opnieuw met een wereldkaart komt waarop de stemmen terug te vinden zijn. Ook ben ik erg nieuwsgierig waar de platen te vinden zijn waar vorig jaar iets mee aan de hand was. Of het opnieuw tot een publicatie leidt? Wie zal het zeggen...
Het begon allemaal met dit bericht op het muziekforum Musicmeter.nl. Een van de gebruikers van de site kwam tot de ontdekking dat de uiteindelijke lijst niet correspondeerde met de ruwe data die Radio 2 zelf op zijn site publiceerde. Daar stond namelijk een wereldkaart waarop een groot deel van de individuele stemlijstjes terug te vinden was. Via dat systeem was ook het aantal stemmen per nummer te achterhalen. Een aantal nummers dat de Top 2000 ruimschoots zou moeten hebben gehaald, bleek niet in de lijst te staan. Opvallend, want onder veel muziekliefhebbers leeft het vermoeden al langer dat Radio 2 de lijst manipuleert. Het was alleen nooit aantoonbaar.
Manipulatie
Met die informatie ben ik de data op de site eens een middagje gaan bestuderen. Op die manier kwam ik steeds meer nummers tegen waar 'iets mee aan de hand was'. Was er hier inderdaad sprake van manipulatie? Alles wees erop: er was in de nummers een duidelijk patroon te herkennen. Ze pasten over het algemeen beter in het profiel van de publieke 'jongerenzender' 3FM dan van het 'oudere' Radio 2. Zo kwam de zaak op 22 december aan het rollen. Het leidde de volgende dag tot een publicatie op de voorpagina en een uitgebreider artikel op de tweede en derde pagina.
Zoals u hier kunt lezen, ontkende Radio 2 de lijst moedwillig bij te schaven. De woordvoerder gaf aan dat het aan de data op de site lag. Maar intussen haalde de zender wel de gegevens offline. Daardoor waren de afwijkingen die ik had geconstateerd niet meer na te trekken. Hoewel mijn berichtgeving in meerdere GPD-kranten mee ging en dat tot een golf(je) van verontwaardiging op diverse internetfora leidde, bleef een echte hype daardoor uit. Dat zat me niet helemaal lekker: door het duidelijke patroon in de ontbrekende nummers twijfel(de) ik er niet aan dat Radio 2 wel degelijk zijn eigen lijst manipuleerde.
2009
Ik volgde ondertussen de berichtgeving en forumreacties over het door mij aangezwengelde onderwerp. En daarbij kwam iets interessants aan het licht. De data van 2009 stonden nog wél online en waren bereikbaar door in het webadres '2010' in '2009' te veranderen (deze truc zou later nog eens bij de Rijksbegroting worden toegepast, maar dat terzijde). Ondanks dat het inmiddels kerst was, heb ik het toen nog wat grondiger aangepakt. Van enkele 'verdachte' platen ben ik alle ingediende stemlijstjes op individueel niveau gaan bekijken. Van een bug bleek geen sprake. Alle stemmen waren gewoon keurig te herleiden tot individuele lijstjes. Om dat zwart op wit te hebben, heb ik zelfs een aantal excel-sheets opgesteld waarbij alle stemmen op verdachte nummers op woonplaats gerangschikt stonden. En dus publiceerde ik opnieuw. In de krant, maar ook op de website, waarbij ik ook een overzicht van de 'verdachte' platen uit 2009 heb opgesteld.
Radio 2 besloot nu niet te reageren op het document dat ik ze daarop heb voorgelegd. Wel liet de zender zich enorm kennen door weer hetzelfde te doen als een paar dagen eerder: de gegevens gingen offline, waardoor het verhaal niet meer te checken was. Op die manier heeft de zender mijns inziens grote imagoschade voorkomen.
2 miljoen?
Ik heb tijdens die hele Top 2000-gate wel een paar keer gedacht of ik zelf niet te ver doorschoot in het willen halen van mijn eigen gelijk. Toch denk ik dat het sop de kool in dit geval wel degelijk waard is. Hoewel de Top 2000 misschien een triviaal onderwerp is, vind ik de handelswijze van de zender ronduit kwalijk. De Top 2000 is meer dan alleen een lijstje; er is in de laatste weken van het jaar een heel mediacircus omheen gebouwd. Radio 2 is er niet vies van om de zaak daarbij nogal op te blazen: zo stuurt de zender jaarlijks een persbericht dat er zo'n 2 miljoen stemmen zijn uitgebracht. Zonder het woord te gebruiken, doet men daarbij voorkomen dat er 2 miljoen mensen gestemd hebben. In werkelijkheid gaat het echter om 2 miljoen stemmen op nummers en dienen de meeste stemmers 10 tot 15 keuzes in. Het aantal mensen dat op de lijst stemt ligt dus hooguit op enkele honderdduizenden. Op alle mogelijke manieren wordt de illusie hooggehouden dat het de keuze van het Nederlandse volk is. Dat is het dus maar ten dele. En als je dat dan ontmaskert, wordt manipulatie glashard ontkend.
De Top 2000 komt er inmiddels weer bijna aan. Ik ben benieuwd of Radio 2 opnieuw met een wereldkaart komt waarop de stemmen terug te vinden zijn. Ook ben ik erg nieuwsgierig waar de platen te vinden zijn waar vorig jaar iets mee aan de hand was. Of het opnieuw tot een publicatie leidt? Wie zal het zeggen...
Foutje van de gemeente
Er gebeurt binnen een gemeente al met al toch een hoop dat de buitenwereld niet - of nog niet - mag weten. Zo publiceert het college van B en W wekelijks een openbare besluitenlijst, maar die wordt meestal nog geschaduwd door een niet-openbaar gedeelte. Er staan vaak zaken in waarbij het de belangen van de gemeente schaadt als het bekend wordt, zoals bij onderhandelingen over grondprijzen.
Maar soms sijpelt er toch wat weg uit die beslotenheid. Zo kreeg mijn collega een keer per ongeluk het niet-openbare gedeelte meegestuurd. Ook 'mijn' gemeente Sint-Oedenrode sloeg eerder dit jaar een behoorlijke flater. Onderwerp was de zondagopenstelling van de supermarkten. Een gevoelig onderwerp, want Sint-Oedenrode voerde op dit beleidsterrein nogal een eigen koers (voor meer informatie: lees mijn eerdere artikel en mijn opiniestuk [linker- en rechterpagina] over het onderwerp).
De gemeente hield, kort samengevat, tegen de landelijke regels in twee supermarkten open op zondag. Toen daarover een rechtszaak dreigde, moest er alsnog eentje dicht. Zelfs nog voordat B en W daar officieel over vergaderd had, stond er al een stuk online. Daarin stond vermeld dat de Emté open mocht blijven en dat de Albert Heijn dus dicht moest. Hoewel de burgemeester de zaak nog recht probeerde te praten met het excuus dat het slechts een 'ambtelijk advies' betrof, ging het balletje natuurlijk snel rollen. Ik kon licht triomfantelijk de supermarkten bellen met een belangrijke mededeling. En de vraag of ze daar even op wilde reageren. Uiteraard besloot het college daarna gewoon wat er in het 'ambtelijk advies' stond. Het verhaal - inclusief reactie van de burgemeester - is hier te vinden.
Maar soms sijpelt er toch wat weg uit die beslotenheid. Zo kreeg mijn collega een keer per ongeluk het niet-openbare gedeelte meegestuurd. Ook 'mijn' gemeente Sint-Oedenrode sloeg eerder dit jaar een behoorlijke flater. Onderwerp was de zondagopenstelling van de supermarkten. Een gevoelig onderwerp, want Sint-Oedenrode voerde op dit beleidsterrein nogal een eigen koers (voor meer informatie: lees mijn eerdere artikel en mijn opiniestuk [linker- en rechterpagina] over het onderwerp).
De gemeente hield, kort samengevat, tegen de landelijke regels in twee supermarkten open op zondag. Toen daarover een rechtszaak dreigde, moest er alsnog eentje dicht. Zelfs nog voordat B en W daar officieel over vergaderd had, stond er al een stuk online. Daarin stond vermeld dat de Emté open mocht blijven en dat de Albert Heijn dus dicht moest. Hoewel de burgemeester de zaak nog recht probeerde te praten met het excuus dat het slechts een 'ambtelijk advies' betrof, ging het balletje natuurlijk snel rollen. Ik kon licht triomfantelijk de supermarkten bellen met een belangrijke mededeling. En de vraag of ze daar even op wilde reageren. Uiteraard besloot het college daarna gewoon wat er in het 'ambtelijk advies' stond. Het verhaal - inclusief reactie van de burgemeester - is hier te vinden.
Hobbyjournalistiek
Het woord hobbyjournalistiek klinkt een beetje negatief. Het impliceert dat je alleen maar bereid bent te schrijven over dingen die je zelf buitengewoon interessant vindt. Het woord wordt vaak gebruikt voor vakgenoten die bij hun eigen stokpaardjes blijven hangen en een gouden bruidspaar of een gemeenteraadsvergadering te min vinden.
Maar je kunt hobbyjournalistiek ook positief bekijken. Als je ergens in geïnteresseerd bent, doe je expertise op die andere journalisten niet hebben. Het nieuws ligt vaak op straat: zelfs niet alleen bij hobby's, maar ook op de plekken waar je simpelweg regelmatig te vinden bent. Zo reis ik bovengemiddeld vaak met het openbaar vervoer, zodat ik ontwikkelingen in trein of bus vaak al eerder zie dan anderen. Dat maakt dat ik er de afgelopen jaren regelmatig over geschreven heb.
Dat geldt natuurlijk helemaal voor echte hobby's. Zo ben ik zelf een fanatiek loper. Ik train een keer of vijf per week en loop op redelijk niveau wedstrijden. In 2009 ontstond het idee om met een groepje naar Portugal te gaan voor een 'trainingsstage' van een kleine twee weken. Naarmate die trip dichterbij kwam, hoorde ik van steeds meer anderen dat ze richting hetzelfde dorp aan de Algarve zouden trekken. Toen stond het idee om een verhaal te schrijven over de hordes Nederlandse atleten die in april in Portugal komen trainen.
En zo geschiedde: tussen de trainingen door stak ik met een schrijfblokje in de hand mijn licht op bij verschillende trainingsgroepen. Nationale toppers, maar juist ook de mindere goden. Het heeft geleid tot een reportage waar een gewone atletiekmedewerker niet zo snel op zou komen. Juist omdat hardlopen mijn hobby is...
Maar je kunt hobbyjournalistiek ook positief bekijken. Als je ergens in geïnteresseerd bent, doe je expertise op die andere journalisten niet hebben. Het nieuws ligt vaak op straat: zelfs niet alleen bij hobby's, maar ook op de plekken waar je simpelweg regelmatig te vinden bent. Zo reis ik bovengemiddeld vaak met het openbaar vervoer, zodat ik ontwikkelingen in trein of bus vaak al eerder zie dan anderen. Dat maakt dat ik er de afgelopen jaren regelmatig over geschreven heb.
Dat geldt natuurlijk helemaal voor echte hobby's. Zo ben ik zelf een fanatiek loper. Ik train een keer of vijf per week en loop op redelijk niveau wedstrijden. In 2009 ontstond het idee om met een groepje naar Portugal te gaan voor een 'trainingsstage' van een kleine twee weken. Naarmate die trip dichterbij kwam, hoorde ik van steeds meer anderen dat ze richting hetzelfde dorp aan de Algarve zouden trekken. Toen stond het idee om een verhaal te schrijven over de hordes Nederlandse atleten die in april in Portugal komen trainen.
En zo geschiedde: tussen de trainingen door stak ik met een schrijfblokje in de hand mijn licht op bij verschillende trainingsgroepen. Nationale toppers, maar juist ook de mindere goden. Het heeft geleid tot een reportage waar een gewone atletiekmedewerker niet zo snel op zou komen. Juist omdat hardlopen mijn hobby is...
Abonneren op:
Posts (Atom)




