Inmiddels zijn er een paar maanden verstreken sinds ik mijn afstudeerportfolio voor het eerst heb opgestuurd. Helaas verscheen er toen nog een beer op de weg. Een van de twee minoren die ik via een EVC-traject trachtte af te ronden, is helaas afgewezen. Dat betekent dat ik het reeds ingestuurde portfolio een paar maanden in de wachtkamer heb moeten zetten.
Daarom eerst maar even een korte terugblik op wat er mis ging in februari. Ik zat toen, moet ik toegeven, van tevoren al behoorlijk over mijn minors in. Nadat ik een paar maanden hard had gewerkt aan het afronden van een afstudeerportfolio, kwam ik tijd tekort om mijn twee EVC-minors naar volle tevredenheid samen te stellen. Vooraf had ik in het eerste pakket, waarin ik mijn kennis over gemeentepolitiek had gegoten, behoorlijk wat vertrouwen. Mijn tweede minor, die onder meer uit eerder behaalde studiepunten op het gebied van sociale wetenschappen bestond, baarde me echter zorgen. Ik was voor mijn gevoel onvoldoende aan de onderbouwing toegekomen.
Het EVC-assessment verliep anders dan verwacht. Juist de minor waar ik het minste vertrouwen in had, gaf nauwelijks problemen. Juist het 'politieke' pakket werd echter afgewezen. Ik heb daarin vooral veel praktijkervaring gestopt; daardoor ontbrak volgens de assessoren 'inhoudelijke verdieping'. Via een extra opdracht heb ik die nu in overleg alsnog proberen toe te voegen. Vlak na het sluiten van dit portfolio heb ik opnieuw een assessment en hoop ik dus ook de tweede minor af te ronden.
De extra opdracht heeft me nogal wat hoofdbrekens gekost, vooral ook omdat ik sinds februari weer gewoon fulltime werk en het in maart en april ook nog eens behoorlijk druk was. Idealiter had ik nog van de paar maanden vertraging gebruik willen maken door mijn portfolio nog hier en daar te updaten. Door tijdgebrek is dat er niet van gekomen; dat betekent dat ik in feite mijn 'bevroren' portfolio van februari inlever. Ik vraag daarvoor uw begrip.
Hopelijk zien we elkaar ditmaal wel tijdens het eindassessment.
Posts tonen met het label portfolio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label portfolio. Alle posts tonen
maandag 21 mei 2012
dinsdag 31 januari 2012
#Persenpolitie
Toen er in de loop van 2009 steeds meer collega's begonnen te twitteren, moest ik daar een beetje om lachen. Twitter wat moet eens mens/journalist daar nou weer meer? Toen er in juni 2011 een noodweer losbarstte boven Oost-Brabant, was twitteren het eerste wat ik deed nadat ik van de schrik bekomen was. Binnen een paar minuten had ik al drie schademeldingen in mijn gemeente op een rijtje.
De opmars van Twitter in de journalistiek en de samenleving spreekt voor mij behoorlijk tot de verbeelding. Misschien omdat het een 'revolutie' is die ik van begin af aan heb meegemaakt. Toen ik bij het Eindhovens Dagblad begon, was Twitter nog totaal geen issue. Drie jaar later halen we er meerdere keren per week nieuws vandaan.
Dat ik in mijn vakreflectiedocument iets van die opmars wilde laten zien, spreekt daarmee redelijk voor zich. Maar wat dan eigenlijk? Enthousiast diende ik een opzet in. Het plan: uit de doeken doen hoe je Twitter als regioverslaggever kunt gebruiken. Precies dat wat ik aan den lijve had ondervonden, dus.
Overzicht
De opzet werd weliswaar goed gevonden, maar al brainstormend kon ik er zo veel kanten mee op dat ik het overzicht al bij de gedachte verloor. Maar afijn, toch maar een eerste interview gepland bij de politie, een van onze belangrijkste twitterbronnen. Het werd een lang en vruchtbaar koffiegesprek bij Ed Sabel, de webadviseur die Twitter bj de Nederlandse politie introduceerde.
Hij en ik concludeerden dat er zowel binnen de journalistiek als bij de politie enorm veel gaande is op het gebied van sociale media. Twitterende agenten brengen ineens enorm veel nieuws naar buiten, terwijl de politie voorheen altijd zo terughoudend was met mededelingen aan de pers. En wij journalisten, wij zijn onze primeurs kwijt aan mensen op straat die toevallig wél ooggetuige waren bij een incident.
Sindsdien gaat mijn scriptie over de relatie tussen pers en politie. Ik besloot mijn oor te luisteren te leggen bij collega's bij de krant, bij de afdeling voorlichting van de politie en bij de wijkagenten die het afgelopen jaar enthousiast aan het twitteren zijn geslagen.
Bevalling
Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat de relatie tussen pers en politie op zijn kop staat. Maar krijg dát als licht-chaotisch krantenjournalist maar eens fatsoenlijk op papier in amper een maand tijd. December ging immers grotendeels op aan het co-schap bij GeR, terwijl de deadline met rasse schreden naderde.
Het was een moeilijke bevalling, dat geef ik meteen toe. Een steekhoudende redeneertrant destilleren uit al die informatie viel me zwaar. Soms kreeg ik dagen geen zin op papier, soms was ik in een uur ineens anderhalve pagina. Pas in de laatste week begon het stuk echt vorm te krijgen; helaas al te laat om er nog feedback op te kunnen ontvangen.
Toch denk ik dat ik een aardig beeld heb kunnen schetsen van hoe de verhoudingen tussen pers en politie liggen. En de conclusie heeft ook mijzelf uiteindelijk verrast: Twitter lijkt beide beroepsgroepen nader tot elkaar te brengen. Mijn vakreflectieproduct is hier te vinden.
De opmars van Twitter in de journalistiek en de samenleving spreekt voor mij behoorlijk tot de verbeelding. Misschien omdat het een 'revolutie' is die ik van begin af aan heb meegemaakt. Toen ik bij het Eindhovens Dagblad begon, was Twitter nog totaal geen issue. Drie jaar later halen we er meerdere keren per week nieuws vandaan.
Dat ik in mijn vakreflectiedocument iets van die opmars wilde laten zien, spreekt daarmee redelijk voor zich. Maar wat dan eigenlijk? Enthousiast diende ik een opzet in. Het plan: uit de doeken doen hoe je Twitter als regioverslaggever kunt gebruiken. Precies dat wat ik aan den lijve had ondervonden, dus.
Overzicht
De opzet werd weliswaar goed gevonden, maar al brainstormend kon ik er zo veel kanten mee op dat ik het overzicht al bij de gedachte verloor. Maar afijn, toch maar een eerste interview gepland bij de politie, een van onze belangrijkste twitterbronnen. Het werd een lang en vruchtbaar koffiegesprek bij Ed Sabel, de webadviseur die Twitter bj de Nederlandse politie introduceerde.
Hij en ik concludeerden dat er zowel binnen de journalistiek als bij de politie enorm veel gaande is op het gebied van sociale media. Twitterende agenten brengen ineens enorm veel nieuws naar buiten, terwijl de politie voorheen altijd zo terughoudend was met mededelingen aan de pers. En wij journalisten, wij zijn onze primeurs kwijt aan mensen op straat die toevallig wél ooggetuige waren bij een incident.
Sindsdien gaat mijn scriptie over de relatie tussen pers en politie. Ik besloot mijn oor te luisteren te leggen bij collega's bij de krant, bij de afdeling voorlichting van de politie en bij de wijkagenten die het afgelopen jaar enthousiast aan het twitteren zijn geslagen.
Bevalling
Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat de relatie tussen pers en politie op zijn kop staat. Maar krijg dát als licht-chaotisch krantenjournalist maar eens fatsoenlijk op papier in amper een maand tijd. December ging immers grotendeels op aan het co-schap bij GeR, terwijl de deadline met rasse schreden naderde.
Het was een moeilijke bevalling, dat geef ik meteen toe. Een steekhoudende redeneertrant destilleren uit al die informatie viel me zwaar. Soms kreeg ik dagen geen zin op papier, soms was ik in een uur ineens anderhalve pagina. Pas in de laatste week begon het stuk echt vorm te krijgen; helaas al te laat om er nog feedback op te kunnen ontvangen.
Toch denk ik dat ik een aardig beeld heb kunnen schetsen van hoe de verhoudingen tussen pers en politie liggen. En de conclusie heeft ook mijzelf uiteindelijk verrast: Twitter lijkt beide beroepsgroepen nader tot elkaar te brengen. Mijn vakreflectieproduct is hier te vinden.
Co bij GeR
Een beetje onwennig stapte ik mijn eerste dinsdagmorgen als co bij GeR de redactievloer op. Na ruim drie jaar werken bij het Eindhovens Dagblad was het een vreemde gewaarwording om me voor een paar weken 'les' ineens te melden voor dat ene verplichte project dat ik nog zou moeten volgen. Ik kende geen van de tweedejaars die ik zou moeten begeleiden. Ook de meeste collega-co's waren me vreemd. Omdat het concept GeR nog niet bestond toen ik zelf in het tweede jaar zat, begon ik aan een nogal ongewis avontuur. Pijlers? Een twist? Het waren termen die ik tijdens de introductieweek voor het eerst hoorde. De eerste week was wennen. Niet eens zozeer omdat ik ineens weer op school zat; meer nog omdat ik ineens leiding moest gaan geven. Ik miste de voldoening die je aan het einde van de dag voelt als je een stukje inlevert. Je bent als co eigenlijk de hele dag druk, maar vooral met links en rechts dingen nakijken, kleine problemen oplossen en de boel aan de gang houden. En dus dacht ik aan het eind van zo'n dag: wat heb ik nou eigenlijk gedaan vandaag?
Gelukkig komen verderop in het project de resultaten wél bovendrijven. Studenten die zich gaandeweg verbeteren, projecten die dan toch van de grond komen... Uit een brainstormsessie over Serious Request kwam dat we zelf wel eens mee konden gaan lopen met Serious Walk, de wandeltocht die FHJ-docent Roy Mevissen voor het goede doel organiseerde. Die handschoen heb ik opgepakt. Binnen korte tijd waren er tien tweedejaars die mee wilden wandelen en onderweg een item zouden maken. Niet alles is gelukt, maar veel ook wel. Ik kijk terug op een onvergetelijke laatste week als co-on-the-road op wandelschoenen.
In dit document is een reflectie te vinden. De beoordeling, waar ik dan toch stiekem wel een beetje trots op ben, staat hier. Het waren mooie weken!
woensdag 9 november 2011
Bijna-hype
De Kerstdagen van 2010 zal ik niet snel vergeten. Niet omdat het eten zo lekker was, maar omdat ik tot diep in de nacht lijstjes heb geteld. Lijstjes van mensen die op de Top 2000 van Radio 2 hebben gestemd, om precies te zijn. Ik zat namelijk midden in een bijna-hype die ik zelf had gecreëerd en tot een échte hype hoopte uit te bouwen.
Het begon allemaal met dit bericht op het muziekforum Musicmeter.nl. Een van de gebruikers van de site kwam tot de ontdekking dat de uiteindelijke lijst niet correspondeerde met de ruwe data die Radio 2 zelf op zijn site publiceerde. Daar stond namelijk een wereldkaart waarop een groot deel van de individuele stemlijstjes terug te vinden was. Via dat systeem was ook het aantal stemmen per nummer te achterhalen. Een aantal nummers dat de Top 2000 ruimschoots zou moeten hebben gehaald, bleek niet in de lijst te staan. Opvallend, want onder veel muziekliefhebbers leeft het vermoeden al langer dat Radio 2 de lijst manipuleert. Het was alleen nooit aantoonbaar.
Manipulatie
Met die informatie ben ik de data op de site eens een middagje gaan bestuderen. Op die manier kwam ik steeds meer nummers tegen waar 'iets mee aan de hand was'. Was er hier inderdaad sprake van manipulatie? Alles wees erop: er was in de nummers een duidelijk patroon te herkennen. Ze pasten over het algemeen beter in het profiel van de publieke 'jongerenzender' 3FM dan van het 'oudere' Radio 2. Zo kwam de zaak op 22 december aan het rollen. Het leidde de volgende dag tot een publicatie op de voorpagina en een uitgebreider artikel op de tweede en derde pagina.
Zoals u hier kunt lezen, ontkende Radio 2 de lijst moedwillig bij te schaven. De woordvoerder gaf aan dat het aan de data op de site lag. Maar intussen haalde de zender wel de gegevens offline. Daardoor waren de afwijkingen die ik had geconstateerd niet meer na te trekken. Hoewel mijn berichtgeving in meerdere GPD-kranten mee ging en dat tot een golf(je) van verontwaardiging op diverse internetfora leidde, bleef een echte hype daardoor uit. Dat zat me niet helemaal lekker: door het duidelijke patroon in de ontbrekende nummers twijfel(de) ik er niet aan dat Radio 2 wel degelijk zijn eigen lijst manipuleerde.
2009
Ik volgde ondertussen de berichtgeving en forumreacties over het door mij aangezwengelde onderwerp. En daarbij kwam iets interessants aan het licht. De data van 2009 stonden nog wél online en waren bereikbaar door in het webadres '2010' in '2009' te veranderen (deze truc zou later nog eens bij de Rijksbegroting worden toegepast, maar dat terzijde). Ondanks dat het inmiddels kerst was, heb ik het toen nog wat grondiger aangepakt. Van enkele 'verdachte' platen ben ik alle ingediende stemlijstjes op individueel niveau gaan bekijken. Van een bug bleek geen sprake. Alle stemmen waren gewoon keurig te herleiden tot individuele lijstjes. Om dat zwart op wit te hebben, heb ik zelfs een aantal excel-sheets opgesteld waarbij alle stemmen op verdachte nummers op woonplaats gerangschikt stonden. En dus publiceerde ik opnieuw. In de krant, maar ook op de website, waarbij ik ook een overzicht van de 'verdachte' platen uit 2009 heb opgesteld.
Radio 2 besloot nu niet te reageren op het document dat ik ze daarop heb voorgelegd. Wel liet de zender zich enorm kennen door weer hetzelfde te doen als een paar dagen eerder: de gegevens gingen offline, waardoor het verhaal niet meer te checken was. Op die manier heeft de zender mijns inziens grote imagoschade voorkomen.
2 miljoen?
Ik heb tijdens die hele Top 2000-gate wel een paar keer gedacht of ik zelf niet te ver doorschoot in het willen halen van mijn eigen gelijk. Toch denk ik dat het sop de kool in dit geval wel degelijk waard is. Hoewel de Top 2000 misschien een triviaal onderwerp is, vind ik de handelswijze van de zender ronduit kwalijk. De Top 2000 is meer dan alleen een lijstje; er is in de laatste weken van het jaar een heel mediacircus omheen gebouwd. Radio 2 is er niet vies van om de zaak daarbij nogal op te blazen: zo stuurt de zender jaarlijks een persbericht dat er zo'n 2 miljoen stemmen zijn uitgebracht. Zonder het woord te gebruiken, doet men daarbij voorkomen dat er 2 miljoen mensen gestemd hebben. In werkelijkheid gaat het echter om 2 miljoen stemmen op nummers en dienen de meeste stemmers 10 tot 15 keuzes in. Het aantal mensen dat op de lijst stemt ligt dus hooguit op enkele honderdduizenden. Op alle mogelijke manieren wordt de illusie hooggehouden dat het de keuze van het Nederlandse volk is. Dat is het dus maar ten dele. En als je dat dan ontmaskert, wordt manipulatie glashard ontkend.
De Top 2000 komt er inmiddels weer bijna aan. Ik ben benieuwd of Radio 2 opnieuw met een wereldkaart komt waarop de stemmen terug te vinden zijn. Ook ben ik erg nieuwsgierig waar de platen te vinden zijn waar vorig jaar iets mee aan de hand was. Of het opnieuw tot een publicatie leidt? Wie zal het zeggen...
Het begon allemaal met dit bericht op het muziekforum Musicmeter.nl. Een van de gebruikers van de site kwam tot de ontdekking dat de uiteindelijke lijst niet correspondeerde met de ruwe data die Radio 2 zelf op zijn site publiceerde. Daar stond namelijk een wereldkaart waarop een groot deel van de individuele stemlijstjes terug te vinden was. Via dat systeem was ook het aantal stemmen per nummer te achterhalen. Een aantal nummers dat de Top 2000 ruimschoots zou moeten hebben gehaald, bleek niet in de lijst te staan. Opvallend, want onder veel muziekliefhebbers leeft het vermoeden al langer dat Radio 2 de lijst manipuleert. Het was alleen nooit aantoonbaar.
Manipulatie
Met die informatie ben ik de data op de site eens een middagje gaan bestuderen. Op die manier kwam ik steeds meer nummers tegen waar 'iets mee aan de hand was'. Was er hier inderdaad sprake van manipulatie? Alles wees erop: er was in de nummers een duidelijk patroon te herkennen. Ze pasten over het algemeen beter in het profiel van de publieke 'jongerenzender' 3FM dan van het 'oudere' Radio 2. Zo kwam de zaak op 22 december aan het rollen. Het leidde de volgende dag tot een publicatie op de voorpagina en een uitgebreider artikel op de tweede en derde pagina.
Zoals u hier kunt lezen, ontkende Radio 2 de lijst moedwillig bij te schaven. De woordvoerder gaf aan dat het aan de data op de site lag. Maar intussen haalde de zender wel de gegevens offline. Daardoor waren de afwijkingen die ik had geconstateerd niet meer na te trekken. Hoewel mijn berichtgeving in meerdere GPD-kranten mee ging en dat tot een golf(je) van verontwaardiging op diverse internetfora leidde, bleef een echte hype daardoor uit. Dat zat me niet helemaal lekker: door het duidelijke patroon in de ontbrekende nummers twijfel(de) ik er niet aan dat Radio 2 wel degelijk zijn eigen lijst manipuleerde.
2009
Ik volgde ondertussen de berichtgeving en forumreacties over het door mij aangezwengelde onderwerp. En daarbij kwam iets interessants aan het licht. De data van 2009 stonden nog wél online en waren bereikbaar door in het webadres '2010' in '2009' te veranderen (deze truc zou later nog eens bij de Rijksbegroting worden toegepast, maar dat terzijde). Ondanks dat het inmiddels kerst was, heb ik het toen nog wat grondiger aangepakt. Van enkele 'verdachte' platen ben ik alle ingediende stemlijstjes op individueel niveau gaan bekijken. Van een bug bleek geen sprake. Alle stemmen waren gewoon keurig te herleiden tot individuele lijstjes. Om dat zwart op wit te hebben, heb ik zelfs een aantal excel-sheets opgesteld waarbij alle stemmen op verdachte nummers op woonplaats gerangschikt stonden. En dus publiceerde ik opnieuw. In de krant, maar ook op de website, waarbij ik ook een overzicht van de 'verdachte' platen uit 2009 heb opgesteld.
Radio 2 besloot nu niet te reageren op het document dat ik ze daarop heb voorgelegd. Wel liet de zender zich enorm kennen door weer hetzelfde te doen als een paar dagen eerder: de gegevens gingen offline, waardoor het verhaal niet meer te checken was. Op die manier heeft de zender mijns inziens grote imagoschade voorkomen.
2 miljoen?
Ik heb tijdens die hele Top 2000-gate wel een paar keer gedacht of ik zelf niet te ver doorschoot in het willen halen van mijn eigen gelijk. Toch denk ik dat het sop de kool in dit geval wel degelijk waard is. Hoewel de Top 2000 misschien een triviaal onderwerp is, vind ik de handelswijze van de zender ronduit kwalijk. De Top 2000 is meer dan alleen een lijstje; er is in de laatste weken van het jaar een heel mediacircus omheen gebouwd. Radio 2 is er niet vies van om de zaak daarbij nogal op te blazen: zo stuurt de zender jaarlijks een persbericht dat er zo'n 2 miljoen stemmen zijn uitgebracht. Zonder het woord te gebruiken, doet men daarbij voorkomen dat er 2 miljoen mensen gestemd hebben. In werkelijkheid gaat het echter om 2 miljoen stemmen op nummers en dienen de meeste stemmers 10 tot 15 keuzes in. Het aantal mensen dat op de lijst stemt ligt dus hooguit op enkele honderdduizenden. Op alle mogelijke manieren wordt de illusie hooggehouden dat het de keuze van het Nederlandse volk is. Dat is het dus maar ten dele. En als je dat dan ontmaskert, wordt manipulatie glashard ontkend.
De Top 2000 komt er inmiddels weer bijna aan. Ik ben benieuwd of Radio 2 opnieuw met een wereldkaart komt waarop de stemmen terug te vinden zijn. Ook ben ik erg nieuwsgierig waar de platen te vinden zijn waar vorig jaar iets mee aan de hand was. Of het opnieuw tot een publicatie leidt? Wie zal het zeggen...
Foutje van de gemeente
Er gebeurt binnen een gemeente al met al toch een hoop dat de buitenwereld niet - of nog niet - mag weten. Zo publiceert het college van B en W wekelijks een openbare besluitenlijst, maar die wordt meestal nog geschaduwd door een niet-openbaar gedeelte. Er staan vaak zaken in waarbij het de belangen van de gemeente schaadt als het bekend wordt, zoals bij onderhandelingen over grondprijzen.
Maar soms sijpelt er toch wat weg uit die beslotenheid. Zo kreeg mijn collega een keer per ongeluk het niet-openbare gedeelte meegestuurd. Ook 'mijn' gemeente Sint-Oedenrode sloeg eerder dit jaar een behoorlijke flater. Onderwerp was de zondagopenstelling van de supermarkten. Een gevoelig onderwerp, want Sint-Oedenrode voerde op dit beleidsterrein nogal een eigen koers (voor meer informatie: lees mijn eerdere artikel en mijn opiniestuk [linker- en rechterpagina] over het onderwerp).
De gemeente hield, kort samengevat, tegen de landelijke regels in twee supermarkten open op zondag. Toen daarover een rechtszaak dreigde, moest er alsnog eentje dicht. Zelfs nog voordat B en W daar officieel over vergaderd had, stond er al een stuk online. Daarin stond vermeld dat de Emté open mocht blijven en dat de Albert Heijn dus dicht moest. Hoewel de burgemeester de zaak nog recht probeerde te praten met het excuus dat het slechts een 'ambtelijk advies' betrof, ging het balletje natuurlijk snel rollen. Ik kon licht triomfantelijk de supermarkten bellen met een belangrijke mededeling. En de vraag of ze daar even op wilde reageren. Uiteraard besloot het college daarna gewoon wat er in het 'ambtelijk advies' stond. Het verhaal - inclusief reactie van de burgemeester - is hier te vinden.
Maar soms sijpelt er toch wat weg uit die beslotenheid. Zo kreeg mijn collega een keer per ongeluk het niet-openbare gedeelte meegestuurd. Ook 'mijn' gemeente Sint-Oedenrode sloeg eerder dit jaar een behoorlijke flater. Onderwerp was de zondagopenstelling van de supermarkten. Een gevoelig onderwerp, want Sint-Oedenrode voerde op dit beleidsterrein nogal een eigen koers (voor meer informatie: lees mijn eerdere artikel en mijn opiniestuk [linker- en rechterpagina] over het onderwerp).
De gemeente hield, kort samengevat, tegen de landelijke regels in twee supermarkten open op zondag. Toen daarover een rechtszaak dreigde, moest er alsnog eentje dicht. Zelfs nog voordat B en W daar officieel over vergaderd had, stond er al een stuk online. Daarin stond vermeld dat de Emté open mocht blijven en dat de Albert Heijn dus dicht moest. Hoewel de burgemeester de zaak nog recht probeerde te praten met het excuus dat het slechts een 'ambtelijk advies' betrof, ging het balletje natuurlijk snel rollen. Ik kon licht triomfantelijk de supermarkten bellen met een belangrijke mededeling. En de vraag of ze daar even op wilde reageren. Uiteraard besloot het college daarna gewoon wat er in het 'ambtelijk advies' stond. Het verhaal - inclusief reactie van de burgemeester - is hier te vinden.
Hobbyjournalistiek
Het woord hobbyjournalistiek klinkt een beetje negatief. Het impliceert dat je alleen maar bereid bent te schrijven over dingen die je zelf buitengewoon interessant vindt. Het woord wordt vaak gebruikt voor vakgenoten die bij hun eigen stokpaardjes blijven hangen en een gouden bruidspaar of een gemeenteraadsvergadering te min vinden.
Maar je kunt hobbyjournalistiek ook positief bekijken. Als je ergens in geïnteresseerd bent, doe je expertise op die andere journalisten niet hebben. Het nieuws ligt vaak op straat: zelfs niet alleen bij hobby's, maar ook op de plekken waar je simpelweg regelmatig te vinden bent. Zo reis ik bovengemiddeld vaak met het openbaar vervoer, zodat ik ontwikkelingen in trein of bus vaak al eerder zie dan anderen. Dat maakt dat ik er de afgelopen jaren regelmatig over geschreven heb.
Dat geldt natuurlijk helemaal voor echte hobby's. Zo ben ik zelf een fanatiek loper. Ik train een keer of vijf per week en loop op redelijk niveau wedstrijden. In 2009 ontstond het idee om met een groepje naar Portugal te gaan voor een 'trainingsstage' van een kleine twee weken. Naarmate die trip dichterbij kwam, hoorde ik van steeds meer anderen dat ze richting hetzelfde dorp aan de Algarve zouden trekken. Toen stond het idee om een verhaal te schrijven over de hordes Nederlandse atleten die in april in Portugal komen trainen.
En zo geschiedde: tussen de trainingen door stak ik met een schrijfblokje in de hand mijn licht op bij verschillende trainingsgroepen. Nationale toppers, maar juist ook de mindere goden. Het heeft geleid tot een reportage waar een gewone atletiekmedewerker niet zo snel op zou komen. Juist omdat hardlopen mijn hobby is...
Maar je kunt hobbyjournalistiek ook positief bekijken. Als je ergens in geïnteresseerd bent, doe je expertise op die andere journalisten niet hebben. Het nieuws ligt vaak op straat: zelfs niet alleen bij hobby's, maar ook op de plekken waar je simpelweg regelmatig te vinden bent. Zo reis ik bovengemiddeld vaak met het openbaar vervoer, zodat ik ontwikkelingen in trein of bus vaak al eerder zie dan anderen. Dat maakt dat ik er de afgelopen jaren regelmatig over geschreven heb.
Dat geldt natuurlijk helemaal voor echte hobby's. Zo ben ik zelf een fanatiek loper. Ik train een keer of vijf per week en loop op redelijk niveau wedstrijden. In 2009 ontstond het idee om met een groepje naar Portugal te gaan voor een 'trainingsstage' van een kleine twee weken. Naarmate die trip dichterbij kwam, hoorde ik van steeds meer anderen dat ze richting hetzelfde dorp aan de Algarve zouden trekken. Toen stond het idee om een verhaal te schrijven over de hordes Nederlandse atleten die in april in Portugal komen trainen.
En zo geschiedde: tussen de trainingen door stak ik met een schrijfblokje in de hand mijn licht op bij verschillende trainingsgroepen. Nationale toppers, maar juist ook de mindere goden. Het heeft geleid tot een reportage waar een gewone atletiekmedewerker niet zo snel op zou komen. Juist omdat hardlopen mijn hobby is...
Grensgevallen
Alle vooroordelen over ambtenaren ten spijt, een ding moet ik ze op het gemeentehuis van Sint-Oedenrode nageven. Ze schrijven in een maand misschien nog wel meer pagina's vol dan onze hele ED-redactie bij elkaar. Een gedeelte daarvan belandt uiteraard ook op mijn bureau, bijvoorbeeld in de vorm van raadsstukken, beleidsnotities of inspraakrapporten.
Het is ondoenlijk om alle gemeentestukken uitgebreid door te lezen; anders zou ik alleen daar al een dagtaak aan hebben. Het is dus zaak om al vooraf te selecteren in welke stukken mogelijk nieuws zit en welke je min of meer ongelezen terzijde kan schuiven. Zo bevatten stukken over interne bedrijfsvoering zelden nieuws dat buiten het gemeentehuis interessant is. Tenzij er fors op het ambtenarenapparaat bezuinigd wordt natuurlijk, of als de dienstverlening op de schop gaat.
Woonplaats
Ook komen er veel stukken langs over zaken die de gemeente nu eenmaal verplicht is te doen, bijvoorbeeld omdat het Rijk dat voorschrijft. Een voorbeeld is het 'woonplaatsbesluit' dat de gemeente in 2009 diende te nemen. Omdat men de landelijke registratie aanpaste, diende de gemeente in een officieel besluit de woonplaats(en) binnen haar grenzen vast te stellen. De kans op groot nieuws is in dat geval natuurlijk klein.
Toch viel mijn oog op een passage uit het stuk waarin bleek dat de gemeente vier woonplaatsen vast zou gaan stellen. Sint-Oedenrode is er één natuurlijk, dat spreekt voor zich. Voor de andere drie dacht ik aan de kerkdorpen Nijnsel, Olland en Boskant. Mis: die bleken onder Sint-Oedenrode te vallen. De andere drie woonplaatsen waren Veghel, Best en Liempde, plaatsen in drie van de buurgemeenten.
Er bleken namelijk drie woningen te zijn die met perceel precies op of over de gemeentegrens lagen. Het leidde tot een leuke reportage over de situatie waarin deze 'grensgevallen' zich bevonden. Een beetje een toevalstreffer was het wel: dit was typisch zo'n stuk dat ik net zo goed ongelezen in de papierbak had kunnen gooien. Zo zie je maar dat een nieuwsaanleiding in een piepklein hoekje kan zitten.
Het is ondoenlijk om alle gemeentestukken uitgebreid door te lezen; anders zou ik alleen daar al een dagtaak aan hebben. Het is dus zaak om al vooraf te selecteren in welke stukken mogelijk nieuws zit en welke je min of meer ongelezen terzijde kan schuiven. Zo bevatten stukken over interne bedrijfsvoering zelden nieuws dat buiten het gemeentehuis interessant is. Tenzij er fors op het ambtenarenapparaat bezuinigd wordt natuurlijk, of als de dienstverlening op de schop gaat.
Woonplaats
Ook komen er veel stukken langs over zaken die de gemeente nu eenmaal verplicht is te doen, bijvoorbeeld omdat het Rijk dat voorschrijft. Een voorbeeld is het 'woonplaatsbesluit' dat de gemeente in 2009 diende te nemen. Omdat men de landelijke registratie aanpaste, diende de gemeente in een officieel besluit de woonplaats(en) binnen haar grenzen vast te stellen. De kans op groot nieuws is in dat geval natuurlijk klein.
Toch viel mijn oog op een passage uit het stuk waarin bleek dat de gemeente vier woonplaatsen vast zou gaan stellen. Sint-Oedenrode is er één natuurlijk, dat spreekt voor zich. Voor de andere drie dacht ik aan de kerkdorpen Nijnsel, Olland en Boskant. Mis: die bleken onder Sint-Oedenrode te vallen. De andere drie woonplaatsen waren Veghel, Best en Liempde, plaatsen in drie van de buurgemeenten.
Er bleken namelijk drie woningen te zijn die met perceel precies op of over de gemeentegrens lagen. Het leidde tot een leuke reportage over de situatie waarin deze 'grensgevallen' zich bevonden. Een beetje een toevalstreffer was het wel: dit was typisch zo'n stuk dat ik net zo goed ongelezen in de papierbak had kunnen gooien. Zo zie je maar dat een nieuwsaanleiding in een piepklein hoekje kan zitten.
dinsdag 8 november 2011
Analyse
In drie jaar als gemeenteverslaggever heb ik tientallen dinsdag- en donderdagavonden in het gemeentehuis doorgebracht. Veel mensen kunnen zich waarschijnlijk niets saaiers voorstellen dan een raadsvergadering, maar daar denk ik tot echt anders over. Toegegeven, het leek me zelf vooraf ook niet de meest sexy kant van mijn journalistieke werk. Maar dat blijkt het eigenlijk toch wel te zijn. Natuurlijk zijn raadsvergaderingen belangrijk omdat er veel besloten wordt, maar het politieke spel dat daarmee gepaard gaat is soms zelfs nog interessanter.
Het duurt even voordat je als beginner door hebt hoe de hazen lopen. De eerste maanden mis je meestal nog de voorkennis om met gezag over een onderwerp te kunnen schrijven. Mijn eerste analyse schreef ik daarom pas toen ik de gemeente al een jaar volgde. Het laatste jaar schrijf ik ze bijna aan de lopende band: gemiddeld zeker één per maand. Ik vind het ook voor mijn positie als journalist belangrijke stukken. Ik schrijf natuurlijk voor de lezer, maar een goede analyse levert mij ook naar college- en raadsleden extra geloofwaardigheid en gezag op.
Een analyse is in het ED overigens vaak wat meer opiniërend dan te doen gebruikelijk. Dat heeft te maken met de genres die we in de krant hanteren. We hebben weliswaar een opiniesectie, maar puur gemeentelijke onderwerpen zijn vaak niet geschikt om op een algemene pagina mee te gaan. Een enkele keer zoek ik daarom ook wel de grenzen van het genre op.
In mijn portfolio wil ik twee analyses opnemen. De ene is vrij voorzichtig van opzet, de ander speelt met de grenzen van het genre: het is eigenlijk bijna een column. Omdat het onderwerp vrij luchtig is - maar de gang van zaken mede daarom juist veelzeggend - vond ik dat in dit geval wel kunnen. Ik ben benieuwd hoe u daar tegenover staat. Reacties zijn van harte welkom!
Het duurt even voordat je als beginner door hebt hoe de hazen lopen. De eerste maanden mis je meestal nog de voorkennis om met gezag over een onderwerp te kunnen schrijven. Mijn eerste analyse schreef ik daarom pas toen ik de gemeente al een jaar volgde. Het laatste jaar schrijf ik ze bijna aan de lopende band: gemiddeld zeker één per maand. Ik vind het ook voor mijn positie als journalist belangrijke stukken. Ik schrijf natuurlijk voor de lezer, maar een goede analyse levert mij ook naar college- en raadsleden extra geloofwaardigheid en gezag op.
Een analyse is in het ED overigens vaak wat meer opiniërend dan te doen gebruikelijk. Dat heeft te maken met de genres die we in de krant hanteren. We hebben weliswaar een opiniesectie, maar puur gemeentelijke onderwerpen zijn vaak niet geschikt om op een algemene pagina mee te gaan. Een enkele keer zoek ik daarom ook wel de grenzen van het genre op.
In mijn portfolio wil ik twee analyses opnemen. De ene is vrij voorzichtig van opzet, de ander speelt met de grenzen van het genre: het is eigenlijk bijna een column. Omdat het onderwerp vrij luchtig is - maar de gang van zaken mede daarom juist veelzeggend - vond ik dat in dit geval wel kunnen. Ik ben benieuwd hoe u daar tegenover staat. Reacties zijn van harte welkom!
Een groot kunstenaar?
Jan Sonnemans is wereldberoemd in Sint-Oedenrode. Zijn absurdistische schilderijen zijn uit duizenden herkenbaar, evenals hijzelf. Met een vrolijk besnord hoofd en een atelier/woonhuis midden in het dorp, kende iedereen de schilder. Nadat Sonnemans in 2006 overleed, bleef zijn vrouw Ricky met een enorme hoeveelheid kunstwerken achter. Jarenlang ijverde ze voor een museum, maar die pogingen liepen spaak. Eerder dit jaar zette ze haar huis - en daarmee het atelier van Jan - te koop.
Ik kende Ricky Sonnemans al van eerder verhalen over (het werk van) haar man en hun dochter, die ook is gaan schilderen. Zij leeft echt in, met en voor het werk van haar man: het huis is nog altijd een bonte verzameling kunstwerken. "Ik vind mijn man een groot kunstenaar", zegt ze er zelf over. Toen de woning te koop kwam te staan, heb ik aangebeld. Het leidde tot een lang en emotioneel interview, dat uiteindelijk de zaterdagbijlage heeft gehaald. Het was voor haar een moeilijk gesprek: haar droom om een museum te beginnen kwam maar niet van de grond. Toch vertelde ze openhartig over zijn werk en de erkenning die zij nog wel eens miste.
Het was zo'n interview waarvoor je altijd te weinig ruimte in de krant hebt. Graag had ik nog meer geschreven over hoe zíj in het leven stond. Of ze het niet moeilijk vond om altijd als 'de vrouw van' te worden gezien. Toch ben ik erg tevreden over het resultaat. Vooral omdat het een mooi beeld schetst van het probleem waar Ricky Sonnemans na het overlijden van Jan voor kwam te staan. De enorme erfenis aan kunstwerken waar ze zich eigenlijk niet goed raad mee weet.
Ik kende Ricky Sonnemans al van eerder verhalen over (het werk van) haar man en hun dochter, die ook is gaan schilderen. Zij leeft echt in, met en voor het werk van haar man: het huis is nog altijd een bonte verzameling kunstwerken. "Ik vind mijn man een groot kunstenaar", zegt ze er zelf over. Toen de woning te koop kwam te staan, heb ik aangebeld. Het leidde tot een lang en emotioneel interview, dat uiteindelijk de zaterdagbijlage heeft gehaald. Het was voor haar een moeilijk gesprek: haar droom om een museum te beginnen kwam maar niet van de grond. Toch vertelde ze openhartig over zijn werk en de erkenning die zij nog wel eens miste.
Het was zo'n interview waarvoor je altijd te weinig ruimte in de krant hebt. Graag had ik nog meer geschreven over hoe zíj in het leven stond. Of ze het niet moeilijk vond om altijd als 'de vrouw van' te worden gezien. Toch ben ik erg tevreden over het resultaat. Vooral omdat het een mooi beeld schetst van het probleem waar Ricky Sonnemans na het overlijden van Jan voor kwam te staan. De enorme erfenis aan kunstwerken waar ze zich eigenlijk niet goed raad mee weet.
Op de bonnefooi
Zoals ik hier al vaker heb gemeld, volg ik voor het Eindhovens Dagblad de gemeente Sint-Oedenrode. Om eerlijk te zijn: het liefst heb ik het daar gigantisch druk mee. Soms is het dat ook en volgen de nieuwsonderwerpen elkaar in rap tempo op. Maar er zijn ook wel eens dagen dat er in een relatief kleine gemeente gewoon niet zo veel gebeurt. Ik word daar vaak een beetje onzeker van. Heb ik wel genoeg Sint-Oedenrode in de krant? En gebeurt er écht niks, of gaat het nieuws langs me heen?
Gelukkig is de agenda na wat spitwerk vaak weer snel gevuld. Behalve in de komkommertijd, natuurlijk. Want als de helft van het dorp op vakantie is, de politiek op zijn gat ligt en de scholen gesloten zijn, valt er nu eenmaal niet zo veel te melden. Gelukkig is er een wapen tegen die zomerluwte: series en rubrieken. Daar staat natuurlijk niet veel hard nieuws in, maar ze leveren wel vaak mooie verhalen op. Op die manier vind ik dat we er bij het ED jaarlijks in slagen om toch een interessante zomerkrant te maken.
Zomerseries
De afgelopen twee zomers ben ik telkens een week op pad geweest voor zo'n serie. In 2010 heb ik vijf grote reportages vanuit één en dezelfde straat. Het leverde verhalen op die niet direct een nieuwsaanleiding hadden, maar toch veel over het leven in onze regio zeggen. Zo was 'mijn' straat een buurtschap in het buitengebied waar vroeger veel veebedrijven gevestigd waren. Ik ben er bij de laatst overgebleven koeienboer geweest.
Afgelopen zomer gooiden we het over een andere boeg: onder de titel 'Swiebertje' trokken we een week op de bonnefooi de regio door. Collega's deden dat bijvoorbeeld per boot, buurtbus of op een scootertje. Ik verplaatste me lopend en/of liftend. Mensen die ik sprak, mochten met een blinde prik op de kaart mijn volgende reisdoel bepalen. Zo bracht het toeval me al de eerste nacht in de dierentuin. Het laatste verhaal vind ik een van de leukste reportages (linker- en rechterpagina) die ik tot nu toe heb geschreven. Ik heb ook nog nooit zo veel reacties op een artikel gehad.
Elsendorp
Het toeval bracht me namelijk in Elsendorp, een klein dorp in de Peel. Op het terras van de enige snackbar raakte ik aan de praat met een groep jongens van 18, 19 jaar oud. Ik vroeg ze uiteraard of er in Elsendorp nog wat interessants te beleven viel. Ja dus: zij organiseerden net die avond een schuurfeest en hadden daar zelfs een stripster bij besteld. Het bleek dé perfecte combinatie voor een verhaal in deze rubriek. Een tikje ondeugend, met een knipoog, maar ook met oog voor de ontwikkeling die erachter schuil gaat.
De komst van de stripster mag dan hilarisch zijn, er zat ook een tweede laag in het verhaal. We schrijven als krant veel over jongeren in de dorpen, schuurfeesten en drankgebruik. Maar we komen er zelden, ook omdat we er natuurlijk niet zo snel welkom zijn. Juist door de formule van deze rubriek kon ik daar nu wél een verhaal over schrijven. En komt bijvoorbeeld ook de naam van de Elsendorpse jeugd in de regio aan bod. Dat vind ik dan ook het mooie aan dit verhaal: het laat zien dat een zomerreportage geen loze krantvulling is, maar ontwikkelingen juist vanuit een andere invalshoek kan belichten. Vandaar dat ik na zo'n zomerweek toch steeds denk: deden we dit maar wat vaker...
Overigens was ik tijdens deze Swiebertje-week ook online te volgen. De blogs zijn terug te lezen op de site van het ED.
Gelukkig is de agenda na wat spitwerk vaak weer snel gevuld. Behalve in de komkommertijd, natuurlijk. Want als de helft van het dorp op vakantie is, de politiek op zijn gat ligt en de scholen gesloten zijn, valt er nu eenmaal niet zo veel te melden. Gelukkig is er een wapen tegen die zomerluwte: series en rubrieken. Daar staat natuurlijk niet veel hard nieuws in, maar ze leveren wel vaak mooie verhalen op. Op die manier vind ik dat we er bij het ED jaarlijks in slagen om toch een interessante zomerkrant te maken.
Zomerseries
De afgelopen twee zomers ben ik telkens een week op pad geweest voor zo'n serie. In 2010 heb ik vijf grote reportages vanuit één en dezelfde straat. Het leverde verhalen op die niet direct een nieuwsaanleiding hadden, maar toch veel over het leven in onze regio zeggen. Zo was 'mijn' straat een buurtschap in het buitengebied waar vroeger veel veebedrijven gevestigd waren. Ik ben er bij de laatst overgebleven koeienboer geweest.
Afgelopen zomer gooiden we het over een andere boeg: onder de titel 'Swiebertje' trokken we een week op de bonnefooi de regio door. Collega's deden dat bijvoorbeeld per boot, buurtbus of op een scootertje. Ik verplaatste me lopend en/of liftend. Mensen die ik sprak, mochten met een blinde prik op de kaart mijn volgende reisdoel bepalen. Zo bracht het toeval me al de eerste nacht in de dierentuin. Het laatste verhaal vind ik een van de leukste reportages (linker- en rechterpagina) die ik tot nu toe heb geschreven. Ik heb ook nog nooit zo veel reacties op een artikel gehad.
Elsendorp
Het toeval bracht me namelijk in Elsendorp, een klein dorp in de Peel. Op het terras van de enige snackbar raakte ik aan de praat met een groep jongens van 18, 19 jaar oud. Ik vroeg ze uiteraard of er in Elsendorp nog wat interessants te beleven viel. Ja dus: zij organiseerden net die avond een schuurfeest en hadden daar zelfs een stripster bij besteld. Het bleek dé perfecte combinatie voor een verhaal in deze rubriek. Een tikje ondeugend, met een knipoog, maar ook met oog voor de ontwikkeling die erachter schuil gaat.
De komst van de stripster mag dan hilarisch zijn, er zat ook een tweede laag in het verhaal. We schrijven als krant veel over jongeren in de dorpen, schuurfeesten en drankgebruik. Maar we komen er zelden, ook omdat we er natuurlijk niet zo snel welkom zijn. Juist door de formule van deze rubriek kon ik daar nu wél een verhaal over schrijven. En komt bijvoorbeeld ook de naam van de Elsendorpse jeugd in de regio aan bod. Dat vind ik dan ook het mooie aan dit verhaal: het laat zien dat een zomerreportage geen loze krantvulling is, maar ontwikkelingen juist vanuit een andere invalshoek kan belichten. Vandaar dat ik na zo'n zomerweek toch steeds denk: deden we dit maar wat vaker...
Overigens was ik tijdens deze Swiebertje-week ook online te volgen. De blogs zijn terug te lezen op de site van het ED.
Goedkope buskaartjes
In 2009 en 2010 hield de provincie een proef met goedkope buskaartjes. Om het gebruik van de bus te bevorderen, introduceerde de provincie een 'Brabantse strippenkaart'. De actie gold in heel Brabant, behalve in de regio Eindhoven. Dat was wel te verklaren, want de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant vormen onder de naam SRE (Samenwerkingsverband Regio Eindhoven) een soort 'subprovincie'. Zo wordt het openbaar vervoer in de regio apart aanbesteed.
Gevolg was echter dat het busvervoer in Zuidoost-Brabant een tijdje fors duurder was dan in de rest van de provincie. Ik vond - en vind - dat je dat lastig kan verkopen aan de mensen die in de regio wonen. Bovendien werd het door een wirwar aan tarieven lastig om te bepalen wat nu voor welke reis het goedkoopste kaartje was. Mijn verbazing over die gang van zaken bracht me ertoe me voor het eerst aan een opinieverhaal (linker- en rechterpagina) te wagen.
De provincie heeft na anderhalf jaar overigens besloten om de proef niet door te zetten. De (daardoor weer duurdere) tarieven zijn inmiddels in heel Brabant gelijk.
Gevolg was echter dat het busvervoer in Zuidoost-Brabant een tijdje fors duurder was dan in de rest van de provincie. Ik vond - en vind - dat je dat lastig kan verkopen aan de mensen die in de regio wonen. Bovendien werd het door een wirwar aan tarieven lastig om te bepalen wat nu voor welke reis het goedkoopste kaartje was. Mijn verbazing over die gang van zaken bracht me ertoe me voor het eerst aan een opinieverhaal (linker- en rechterpagina) te wagen.
De provincie heeft na anderhalf jaar overigens besloten om de proef niet door te zetten. De (daardoor weer duurdere) tarieven zijn inmiddels in heel Brabant gelijk.
maandag 7 november 2011
Fioretti: de laatste maanden
In de vorige blogpost schreef ik over het Fioretti College, de middelbare school in Sint-Oedenrode. Nadat de sluiting in 2009 bekend werd gemaakt, volgde een afbouwconstructie. In juli 2011 ging het gebouw daadwerkelijk op slot.
Het verdwijnen van middelbaar onderwijs in een kleine gemeente is een ingrijpende ontwikkeling. Veel mensen hebben een band met de school: duizenden leerlingen gingen in de afgelopen zestig jaar naar het Fioretti College en zijn voorgangers. Ook voor het voorzieningenniveau is een middelbare school belangrijk. Zo zullen gezinnen met tieners eerder een huis kopen in een dorp of stad met een eigen school. Reden genoeg dus om de sluiting van de school in het ED uitgebreid te belichten. Vanaf maart heb ik eens in de twee à drie weken een verhaal gewijd aan de school. Daarbij heb de ik de geschiedenis, de sluiting en de aanstaande verhuizing van alle kanten belicht. De serie bestond globaal uit de volgende acht verhalen:
Het voert te ver om al deze acht verhalen in mijn portfolio te stoppen, maar ik hoop in ieder geval een idee te geven van de diverse invalshoeken die de serie kende. Het verhaal met de docenten (linker- en rechterpagina) neem ik wel in mijn portfolio op. Ik ben daar van de acht verhalen het meest tevreden over. Ik denk dat het veel mensen de ogen opent: niet alleen voor leerlingen is het lastig om halverwege naar een andere school te moeten. Voor docenten die er al jaren werken, is de overgang vermoedelijk nog veel groter. En ook zij hebben hun onzekerheden: kunnen ze nog wel aarden als ze een jaar voor hun pensioen ineens naar een veel grotere school moeten?
En mocht u toch benieuwd zijn geworden naar meer verhalen uit deze serie: laat een reactie achter, dan mail ik ze graag.
Het verdwijnen van middelbaar onderwijs in een kleine gemeente is een ingrijpende ontwikkeling. Veel mensen hebben een band met de school: duizenden leerlingen gingen in de afgelopen zestig jaar naar het Fioretti College en zijn voorgangers. Ook voor het voorzieningenniveau is een middelbare school belangrijk. Zo zullen gezinnen met tieners eerder een huis kopen in een dorp of stad met een eigen school. Reden genoeg dus om de sluiting van de school in het ED uitgebreid te belichten. Vanaf maart heb ik eens in de twee à drie weken een verhaal gewijd aan de school. Daarbij heb de ik de geschiedenis, de sluiting en de aanstaande verhuizing van alle kanten belicht. De serie bestond globaal uit de volgende acht verhalen:
- De tegeltjes van '59 hangen er nog. Hier vertellen enkele oudgedienden over de geschiedenis van de school. De nadruk ligt daarbij op de periode dat de school nog Sint Jozef Mavo heette (voor 1995).
- In het slotjaar mag er net iets meer. Hoe beleven derdeklassers hun laatste jaar? En hoe kijken ze vooruit op volgend schooljaar, als ze in Veghel naar school moeten.
- Beek en Donk lag net te dichtbij. Uitleg waarom het ondanks goede wil en diverse pogingen niet gelukt is om middelbaar onderwijs in de gemeente te behouden.
- Het laatste eerste examen in Rooi. Een van de mijlpalen in een schooljaar zijn uiteraard de examens. De vierdeklassers willen graag slagen, want anders moeten ze volgend jaar naar een andere school.
- Fioretti Rooi was proeftuin voor Veghel. Over docenten, die de sfeer en experimenteerdrift van de kleine school roemen. En ook hun onzekerheden hebben over hoe ze in een veel groter team zullen functioneren.
- Naar de WC? Ik weet niet of dat mag. Dagje mee met de tweedeklassers, die in juni een weekje in Veghel les krijgen om te wennen aan hun nieuwe school.
- Groots afscheid van een echte dorpsschool. Voorverhaal voor grote reünie. Bestond uit vier full-quoteblokjes met drie oud-leerlingen en een oud-docent.
- Fioretti in Rooi nu echt op slot. Over de dag waarop de school symbolisch de sleutel van het gebouw aan de gemeente gaf en daarmee definitief dicht ging.
Het voert te ver om al deze acht verhalen in mijn portfolio te stoppen, maar ik hoop in ieder geval een idee te geven van de diverse invalshoeken die de serie kende. Het verhaal met de docenten (linker- en rechterpagina) neem ik wel in mijn portfolio op. Ik ben daar van de acht verhalen het meest tevreden over. Ik denk dat het veel mensen de ogen opent: niet alleen voor leerlingen is het lastig om halverwege naar een andere school te moeten. Voor docenten die er al jaren werken, is de overgang vermoedelijk nog veel groter. En ook zij hebben hun onzekerheden: kunnen ze nog wel aarden als ze een jaar voor hun pensioen ineens naar een veel grotere school moeten?
En mocht u toch benieuwd zijn geworden naar meer verhalen uit deze serie: laat een reactie achter, dan mail ik ze graag.
Strijd tegen de schaalvergroting
Een van de meest interessante processen die ik in drie jaar Sint-Oedenrode tegen ben gekomen, is de voortdurende strijd tegen schaalvergroting. In de kerkdorpen Olland, Boskant en Nijnsel is die het duidelijkst te merken. Vooral in Boskant staan veel voorzieningen onder druk: de kerk dreigt te sluiten, de supermarkt heeft het moeilijk en de peuterspeelzaal ging langs de rand van de afgrond.
Niet alleen de kleine kernen, maar ook de gemeente als geheel heeft met dit fenomeen te maken. Zo stuurt het Rijk op termijn aan op gemeenten van minstens 30.000 inwoners. Een aantal dat Sint-Oedenrode (18.000 zielen) niet haalt en de komende tientallen jaren ook niet gaat halen. Door die ontwikkeling zie je al de noodzaak ontstaan om meer met andere gemeenten te gaan samenwerken.
Fioretti
De meest in het oog springende schaalvergroting speelde de afgelopen jaren echter in het onderwijs. De enige Rooise middelbare school ging ter ziele. Het Fioretti College (vmbo) kampte al jaren met dalende leerlingencijfers, waardoor het bestuur van scholenkoepel OMO geen andere uitweg meer zag dan sluiting.
De sluiting van het Fioretti College is een van de onderwerpen waar ik het meeste over heb geschreven. Toen ik de gemeente net begon te volgen, probeerde het Fioretti-bestuur een samenwerking met het Elde College in Schijndel tot stand te brengen. Dat bleek uiteindelijk al de laatste strohalm. Vlak nadat de samenwerking afketste, werd in de zomer van 2009 de sluiting bekend. De school bleef nog twee jaar open. In het laatste half jaar heb ik een achtdelige serie gemaakt over de school. Daarin kwamen de geschiedenis, de laatste maanden en de toekomst van de leerlingen en docent bij de hoofdvestiging in Veghel aan bod.
Sluiting
Uit die berg artikelen wil ik graag het nieuwsverhaal opnemen dat in de krant stond toen de sluiting net bekend werd. Ik denk dat dat verhaal laat zien dat ik in staat ben om met de druk van een deadline om te gaan en snel te handelen.
Dat vergt enige uitleg over hoe het verhaal tot stand kwam. Het persbericht over de sluiting werd pas op vrijdagavond verzonden, net op het moment dat ik een hardloopwedstrijd liep in Apeldoorn. Toen ik na een 800 meter in 1.58,51 mijn telefoon checkte, bleek dat de wethouder had ingesproken dat de school dicht ging en dat ze daar graag op wilde reageren. Omdat ik na de wedstrijd een weekendje bij mijn tante en oom zou blijven logeren, heb ik daar in allerijl nog een verhaal geschreven.
Omdat ik inmiddels al was ingevoerd in de problematiek, kon ik toch al wat van de achterliggende problemen in het artikel opnemen. Verder had dit artikel zonder mijn netwerk waarschijnlijk niet voor het weekend de krant gehaald. De achterwacht had het persbericht van de school nog niet gezien. Als de wethouder mij niet gebeld had, was dit verhaal waarschijnlijk blijven liggen. Uiteraard was het in dit geval veel te kortdag om bijvoorbeeld docenten en leerlingen te laten reageren. Zo'n verhaal volgde daarom direct na het weekeinde nog. Al met al denk ik dat dit verhaal aantoont dat ik in staat ben om snel en met verstand van zaken nieuws te brengen, ook als ik daar niet direct op gerekend had...
Niet alleen de kleine kernen, maar ook de gemeente als geheel heeft met dit fenomeen te maken. Zo stuurt het Rijk op termijn aan op gemeenten van minstens 30.000 inwoners. Een aantal dat Sint-Oedenrode (18.000 zielen) niet haalt en de komende tientallen jaren ook niet gaat halen. Door die ontwikkeling zie je al de noodzaak ontstaan om meer met andere gemeenten te gaan samenwerken.
Fioretti
De meest in het oog springende schaalvergroting speelde de afgelopen jaren echter in het onderwijs. De enige Rooise middelbare school ging ter ziele. Het Fioretti College (vmbo) kampte al jaren met dalende leerlingencijfers, waardoor het bestuur van scholenkoepel OMO geen andere uitweg meer zag dan sluiting.
De sluiting van het Fioretti College is een van de onderwerpen waar ik het meeste over heb geschreven. Toen ik de gemeente net begon te volgen, probeerde het Fioretti-bestuur een samenwerking met het Elde College in Schijndel tot stand te brengen. Dat bleek uiteindelijk al de laatste strohalm. Vlak nadat de samenwerking afketste, werd in de zomer van 2009 de sluiting bekend. De school bleef nog twee jaar open. In het laatste half jaar heb ik een achtdelige serie gemaakt over de school. Daarin kwamen de geschiedenis, de laatste maanden en de toekomst van de leerlingen en docent bij de hoofdvestiging in Veghel aan bod.
Sluiting
Uit die berg artikelen wil ik graag het nieuwsverhaal opnemen dat in de krant stond toen de sluiting net bekend werd. Ik denk dat dat verhaal laat zien dat ik in staat ben om met de druk van een deadline om te gaan en snel te handelen.
Dat vergt enige uitleg over hoe het verhaal tot stand kwam. Het persbericht over de sluiting werd pas op vrijdagavond verzonden, net op het moment dat ik een hardloopwedstrijd liep in Apeldoorn. Toen ik na een 800 meter in 1.58,51 mijn telefoon checkte, bleek dat de wethouder had ingesproken dat de school dicht ging en dat ze daar graag op wilde reageren. Omdat ik na de wedstrijd een weekendje bij mijn tante en oom zou blijven logeren, heb ik daar in allerijl nog een verhaal geschreven.
Omdat ik inmiddels al was ingevoerd in de problematiek, kon ik toch al wat van de achterliggende problemen in het artikel opnemen. Verder had dit artikel zonder mijn netwerk waarschijnlijk niet voor het weekend de krant gehaald. De achterwacht had het persbericht van de school nog niet gezien. Als de wethouder mij niet gebeld had, was dit verhaal waarschijnlijk blijven liggen. Uiteraard was het in dit geval veel te kortdag om bijvoorbeeld docenten en leerlingen te laten reageren. Zo'n verhaal volgde daarom direct na het weekeinde nog. Al met al denk ik dat dit verhaal aantoont dat ik in staat ben om snel en met verstand van zaken nieuws te brengen, ook als ik daar niet direct op gerekend had...
Een andere aanpak
Net als veel andere verslaggevers heb ik een haat-liefdeverhouding met 'mijn' gemeente Sint-Oedenrode. Soms is er de ergernis dat alles via de afdeling voorlichting moet. En dat antwoorden op ogenschijnlijk simpele vragen vervolgens lang op zich laten wachten. Of lees je hoofdschuddend een nogal onbegrijpelijk stuk door over stankoverlast en het maximaal aantal toegestane 'odeur-units'. Je moet er maar op komen...
Toch is de gemeente uiteindelijk je belangrijkste nieuwsbron. Al is het maar omdat elke belangrijke kwestie vroeg of laat wel een keer voorbijkomt in de gemeenteraad of het college van B en W. Aan de andere kant willen we het ED niet alleen maar volschrijven met institutioneel nieuws. De kunst is dus om een relatief 'saai' nieuwsonderwerp zo te brengen dat het toch interessant wordt.
Verlichting
Een goed voorbeeld vind ik de reportage die ik maakte over de kwaliteit van de openbare verlichting in de gemeente. De gemeenteraad boog zich op dat moment over een 'openbaar verlichtingsplan'. Veel partijen wilden het buitengebied donker houden, maar vroegen wel aandacht voor de veiligheid van fietsers langs de hoofdwegen. In plaats van een toelichting van de wethouder of een discussie in de gemeenteraad ben ik toen zelf op de fiets gestapt en ben in het donker de belangrijkste fietsroutes langsgegaan.
Het resultaat was een soort recensie van de gemeentelijke fietsroutes-in-het-donker. Ik denk dat het resultaat voor de lezer zowel leuker als informatiever was dan een raadsverslag of een toelichting van de wethouder.
Gevaar
In zo'n reportage schuilt echter ook een gevaar: door sterk vanuit eigen beleving te schrijven, teer je wel weer in op je objectiveit. In dit geval vond ik dat kunnen, omdat de toon vrij luchtig is en het onderwerp politiek niet gevoelig lag.
Als de wethouder bijvoorbeeld onder vuur had gelegen, had ik waarschijnlijk voor een andere aanpak gekozen. Dan had ik misschien wel dezelfde tocht gemaakt, maar dan samen met de wethouder iemand die kritiek heeft op het verlichtingsplan. In dat geval zou ik als journalist een stap terug doen en de discussie belichten. Mijn eigen visie zou dan in een analyse kunnen volgen.
Ik ben benieuwd hoe lezers van dit blog hierover denken. Kun je je eigen mening als journalist in een reportage verwerken? En waar ligt dan de grens?
Bekijk hier de linker- en rechterpagina van deze reportage.
Toch is de gemeente uiteindelijk je belangrijkste nieuwsbron. Al is het maar omdat elke belangrijke kwestie vroeg of laat wel een keer voorbijkomt in de gemeenteraad of het college van B en W. Aan de andere kant willen we het ED niet alleen maar volschrijven met institutioneel nieuws. De kunst is dus om een relatief 'saai' nieuwsonderwerp zo te brengen dat het toch interessant wordt.
Verlichting
Een goed voorbeeld vind ik de reportage die ik maakte over de kwaliteit van de openbare verlichting in de gemeente. De gemeenteraad boog zich op dat moment over een 'openbaar verlichtingsplan'. Veel partijen wilden het buitengebied donker houden, maar vroegen wel aandacht voor de veiligheid van fietsers langs de hoofdwegen. In plaats van een toelichting van de wethouder of een discussie in de gemeenteraad ben ik toen zelf op de fiets gestapt en ben in het donker de belangrijkste fietsroutes langsgegaan.
Het resultaat was een soort recensie van de gemeentelijke fietsroutes-in-het-donker. Ik denk dat het resultaat voor de lezer zowel leuker als informatiever was dan een raadsverslag of een toelichting van de wethouder.
Gevaar
In zo'n reportage schuilt echter ook een gevaar: door sterk vanuit eigen beleving te schrijven, teer je wel weer in op je objectiveit. In dit geval vond ik dat kunnen, omdat de toon vrij luchtig is en het onderwerp politiek niet gevoelig lag.
Als de wethouder bijvoorbeeld onder vuur had gelegen, had ik waarschijnlijk voor een andere aanpak gekozen. Dan had ik misschien wel dezelfde tocht gemaakt, maar dan samen met de wethouder iemand die kritiek heeft op het verlichtingsplan. In dat geval zou ik als journalist een stap terug doen en de discussie belichten. Mijn eigen visie zou dan in een analyse kunnen volgen.
Ik ben benieuwd hoe lezers van dit blog hierover denken. Kun je je eigen mening als journalist in een reportage verwerken? En waar ligt dan de grens?
Bekijk hier de linker- en rechterpagina van deze reportage.
Abonneren op:
Posts (Atom)










