Posts tonen met het label reflectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reflectie. Alle posts tonen

dinsdag 31 januari 2012

#Persenpolitie

Toen er in de loop van 2009 steeds meer collega's begonnen te twitteren, moest ik daar een beetje om lachen. Twitter wat moet eens mens/journalist daar nou weer meer? Toen er in juni 2011 een noodweer losbarstte boven Oost-Brabant, was twitteren het eerste wat ik deed nadat ik van de schrik bekomen was. Binnen een paar minuten had ik al drie schademeldingen in mijn gemeente op een rijtje.

De opmars van Twitter in de journalistiek en de samenleving spreekt voor mij behoorlijk tot de verbeelding. Misschien omdat het een 'revolutie' is die ik van begin af aan heb meegemaakt. Toen ik bij het Eindhovens Dagblad begon, was Twitter nog totaal geen issue. Drie jaar later halen we er meerdere keren per week nieuws vandaan.

Dat ik in mijn vakreflectiedocument iets van die opmars wilde laten zien, spreekt daarmee redelijk voor zich. Maar wat dan eigenlijk? Enthousiast diende ik een opzet in. Het plan: uit de doeken doen hoe je Twitter als regioverslaggever kunt gebruiken. Precies dat wat ik aan den lijve had ondervonden, dus.

Overzicht

De opzet werd weliswaar goed gevonden, maar al brainstormend kon ik er zo veel kanten mee op dat ik het overzicht al bij de gedachte verloor. Maar afijn, toch maar een eerste interview gepland bij de politie, een van onze belangrijkste twitterbronnen. Het werd een lang en vruchtbaar koffiegesprek bij Ed Sabel, de webadviseur die Twitter bj de Nederlandse politie introduceerde.

Hij en ik concludeerden dat er zowel binnen de journalistiek als bij de politie enorm veel gaande is op het gebied van sociale media. Twitterende agenten brengen ineens enorm veel nieuws naar buiten, terwijl de politie voorheen altijd zo terughoudend was met mededelingen aan de pers. En wij journalisten, wij zijn onze primeurs kwijt aan mensen op straat die toevallig wél ooggetuige waren bij een incident.

Sindsdien gaat mijn scriptie over de relatie tussen pers en politie. Ik besloot mijn oor te luisteren te leggen bij collega's bij de krant, bij de afdeling voorlichting van de politie en bij de wijkagenten die het afgelopen jaar enthousiast aan het twitteren zijn geslagen.

Bevalling

Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat de relatie tussen pers en politie op zijn kop staat. Maar krijg dát als licht-chaotisch krantenjournalist maar eens fatsoenlijk op papier in amper een maand tijd. December ging immers grotendeels op aan het co-schap bij GeR, terwijl de deadline met rasse schreden naderde.

Het was een moeilijke bevalling, dat geef ik meteen toe. Een steekhoudende redeneertrant destilleren uit al die informatie viel me zwaar. Soms kreeg ik dagen geen zin op papier, soms was ik in een uur ineens anderhalve pagina. Pas in de laatste week begon het stuk echt vorm te krijgen; helaas al te laat om er nog feedback op te kunnen ontvangen.

Toch denk ik dat ik een aardig beeld heb kunnen schetsen van hoe de verhoudingen tussen pers en politie liggen. En de conclusie heeft ook mijzelf uiteindelijk verrast: Twitter lijkt beide beroepsgroepen nader tot elkaar te brengen. Mijn vakreflectieproduct is hier te vinden.

Co bij GeR

Een beetje onwennig stapte ik mijn eerste dinsdagmorgen als co bij GeR de redactievloer op. Na ruim drie jaar werken bij het Eindhovens Dagblad was het een vreemde gewaarwording om me voor een paar weken 'les' ineens te melden voor dat ene verplichte project dat ik nog zou moeten volgen. Ik kende geen van de tweedejaars die ik zou moeten begeleiden. Ook de meeste collega-co's waren me vreemd. Omdat het concept GeR nog niet bestond toen ik zelf in het tweede jaar zat, begon ik aan een nogal ongewis avontuur. Pijlers? Een twist? Het waren termen die ik tijdens de introductieweek voor het eerst hoorde. 

De eerste week was wennen. Niet eens zozeer omdat ik ineens weer op school zat; meer nog omdat ik ineens leiding moest gaan geven. Ik miste de voldoening die je aan het einde van de dag voelt als je een stukje inlevert. Je bent als co eigenlijk de hele dag druk, maar vooral met links en rechts dingen nakijken, kleine problemen oplossen en de boel aan de gang houden. En dus dacht ik aan het eind van zo'n dag: wat heb ik nou eigenlijk gedaan vandaag?

Gelukkig komen verderop in het project de resultaten wél bovendrijven. Studenten die zich gaandeweg verbeteren, projecten die dan toch van de grond komen... Uit een brainstormsessie over Serious Request kwam dat we zelf wel eens mee konden gaan lopen met Serious Walk, de wandeltocht die FHJ-docent Roy Mevissen voor het goede doel organiseerde. Die handschoen heb ik opgepakt. Binnen korte tijd waren er tien tweedejaars die mee wilden wandelen en onderweg een item zouden maken. Niet alles is gelukt, maar veel ook wel. Ik kijk terug op een onvergetelijke laatste week als co-on-the-road op wandelschoenen.

In dit document is een reflectie te vinden. De beoordeling, waar ik dan toch stiekem wel een beetje trots op ben, staat hier. Het waren mooie weken!

woensdag 9 november 2011

Een stap dichterbij

Na een paar dagen spitten in eigen werk, nadenken hoe het ook al weer allemaal zat en vooral ook flink doortikken is mijn portfolio bijna gereed. Dat wil zeggen: alle journalistieke verhalen staan erin. De komende weken ga ik me nog buigen over mijn vakreflectieproduct.

De twaalf verhalen die ik in mijn portfolio heb opgenomen, geven denk ik een goed beeld van wat ik op dit moment als journalist in mijn mars heb. Diverse genres en onderwerpen komen aan bod. Daarbij is natuurlijk ruim plaats voor de verhalen waar ik mijns inziens het beste in ben en die ik mede daarom ook graag schrijf. Ik doel daarbij op reportages die niet noodzakelijk een forse nieuwsaanleiding hebben, maar waarbij ik (mede daardoor juist) mijn creativiteit als schrijver/journalist kwijt kan. Ook analyses schrijf ik graag. Ik denk dat ik er steeds beter in slaag om mensen in mijn redenering mee te voeren. Ik hoor ook regelmatig terug dat ze in de gemeentepolitiek zeer serieus worden genomen...

Netwerk

Natuurlijk zijn er ook nog zwakke(re) plekken. Van nature ben ik bijvoorbeeld meer een schrijver dan iemand die heel makkelijk een netwerk opbouwt. Toch heb ik juist daarin een goede leerschool gehad: als je een gemeente volgt, dan zal je wel moeten. Niettemin zijn er collega's die ik bewonder om de manier waarop ze zich in 'hun' dorp kenbaar maken. Nog meer het dorp in, (aan)bellen, mensen leren kennen: daar kan ik nog veel in leren.

En nog zoiets: ik mag ook best wat minder chaotisch worden. In een portfolio zie je mijn warrigheid (hoop ik althans) misschien niet terug, maar op een redactie is een beetje georganiseerd werken wel zo handig. Op de streekredactie moet er verschrikkelijk veel van tevoren bekend worden. Zo moeten we 's middags al over de krant van overmorgen gaan nadenken en een planning doorgeven aan de opmaak. Die agenda - moet ik bekennen - wil ik nog wel eens vergeten in te vullen. Ook het op tijd doorgeven van fotobestellingen is niet mijn sterkste kant. Ook hier geldt: de redactie is een goede leerschool. En hoe meer ervaring, hoe beter ik ook deze zwakke plekken onder controle begin te krijgen.

Vrijheid

Al ben ik de afgelopen drie jaar dus nauwelijks op school geweest, ik heb wel degelijk een hoop geleerd. Bij het ED heb ik de kans gekregen om mezelf als journalist te ontwikkelen. Het mooie van een redactie is dat je er de vrijheid hebt om zeer diverse verhalen te maken. Natuurlijk richt ik me een groot deel van de tijd op mijn gemeente Sint-Oedenrode. Maar of ik dan een analyse schrijf of een achtergrondreportage: dat bepaal ik grotendeels zelf. Juist omdat ik als beste ben ingevoerd in mijn gemeente, heb ik veel vrijheid om mijn onderwerpen te kiezen en mijn agenda te bepalen.

Daarnaast probeer ik ook buiten de gemeentegrenzen te kijken: ik denk dat mijn portfolio daar ook van getuigt. Verhalen gaan niet alleen over lokale kwesties, maar ook over trainingsstages in Portugal, over bustarieven in de regio en over de Top 2000. Zoals ik hierboven al schreef: ik denk dat deze twaalf artikelen een goed beeld geven van mijn werk. Nu maar hopen dat dat beeld goed genoeg is om nu dan toch dat felbegeerde papiertje te halen...

Bijna-hype

De Kerstdagen van 2010 zal ik niet snel vergeten. Niet omdat het eten zo lekker was, maar omdat ik tot diep in de nacht lijstjes heb geteld. Lijstjes van mensen die op de Top 2000 van Radio 2 hebben gestemd, om precies te zijn. Ik zat namelijk midden in een bijna-hype die ik zelf had gecreëerd en tot een échte hype hoopte uit te bouwen.

Het begon allemaal met dit bericht op het muziekforum Musicmeter.nl. Een van de gebruikers van de site kwam tot de ontdekking dat de uiteindelijke lijst niet correspondeerde met de ruwe data die Radio 2 zelf op zijn site publiceerde. Daar stond namelijk een wereldkaart waarop een groot deel van de individuele stemlijstjes terug te vinden was. Via dat systeem was ook het aantal stemmen per nummer te achterhalen. Een aantal nummers dat de Top 2000 ruimschoots zou moeten hebben gehaald, bleek niet in de lijst te staan. Opvallend, want onder veel muziekliefhebbers leeft het vermoeden al langer dat Radio 2 de lijst manipuleert. Het was alleen nooit aantoonbaar.

Manipulatie

Met die informatie ben ik de data op de site eens een middagje gaan bestuderen. Op die manier kwam ik steeds meer nummers tegen waar 'iets mee aan de hand was'. Was er hier inderdaad sprake van manipulatie? Alles wees erop: er was in de nummers een duidelijk patroon te herkennen. Ze pasten over het algemeen beter in het profiel van de publieke 'jongerenzender' 3FM dan van het 'oudere' Radio 2. Zo kwam de zaak op 22 december aan het rollen. Het leidde de volgende dag tot een publicatie op de voorpagina en een uitgebreider artikel op de tweede en derde pagina.

Zoals u hier kunt lezen, ontkende Radio 2 de lijst moedwillig bij te schaven. De woordvoerder gaf aan dat het aan de data op de site lag. Maar intussen haalde de zender wel de gegevens offline. Daardoor waren de afwijkingen die ik had geconstateerd niet meer na te trekken. Hoewel mijn berichtgeving in meerdere GPD-kranten mee ging en dat tot een golf(je) van verontwaardiging op diverse internetfora leidde, bleef een echte hype daardoor uit. Dat zat me niet helemaal lekker: door het duidelijke patroon in de ontbrekende nummers twijfel(de) ik er niet aan dat Radio 2 wel degelijk zijn eigen lijst manipuleerde.

2009

Ik volgde ondertussen de berichtgeving en forumreacties over het door mij aangezwengelde onderwerp. En daarbij kwam iets interessants aan het licht. De data van 2009 stonden nog wél online en waren bereikbaar door in het webadres '2010' in '2009' te veranderen (deze truc zou later nog eens bij de Rijksbegroting worden toegepast, maar dat terzijde). Ondanks dat het inmiddels kerst was, heb ik het toen nog wat grondiger aangepakt. Van enkele 'verdachte' platen ben ik alle ingediende stemlijstjes op individueel niveau gaan bekijken. Van een bug bleek geen sprake. Alle stemmen waren gewoon keurig te herleiden tot individuele lijstjes. Om dat zwart op wit te hebben, heb ik zelfs een aantal excel-sheets opgesteld waarbij alle stemmen op verdachte nummers op woonplaats gerangschikt stonden. En dus publiceerde ik opnieuw. In de krant, maar ook op de website, waarbij ik ook een overzicht van de 'verdachte' platen uit 2009 heb opgesteld.

Radio 2 besloot nu niet te reageren op het document dat ik ze daarop heb voorgelegd. Wel liet de zender zich enorm kennen door weer hetzelfde te doen als een paar dagen eerder: de gegevens gingen offline, waardoor het verhaal niet meer te checken was. Op die manier heeft de zender mijns inziens grote imagoschade voorkomen.

2 miljoen?

Ik heb tijdens die hele Top 2000-gate wel een paar keer gedacht of ik zelf niet te ver doorschoot in het willen halen van mijn eigen gelijk. Toch denk ik dat het sop de kool in dit geval wel degelijk waard is. Hoewel de Top 2000 misschien een triviaal onderwerp is, vind ik de handelswijze van de zender ronduit kwalijk. De Top 2000 is meer dan alleen een lijstje; er is in de laatste weken van het jaar een heel mediacircus omheen gebouwd. Radio 2 is er niet vies van om de zaak daarbij nogal op te blazen: zo stuurt de zender jaarlijks een persbericht dat er zo'n 2 miljoen stemmen zijn uitgebracht. Zonder het woord te gebruiken, doet men daarbij voorkomen dat er 2 miljoen mensen gestemd hebben. In werkelijkheid gaat het echter om 2 miljoen stemmen op nummers en dienen de meeste stemmers 10 tot 15 keuzes in. Het aantal mensen dat op de lijst stemt ligt dus hooguit op enkele honderdduizenden. Op alle mogelijke manieren wordt de illusie hooggehouden dat het de keuze van het Nederlandse volk is. Dat is het dus maar ten dele. En als je dat dan ontmaskert, wordt manipulatie glashard ontkend.

De Top 2000 komt er inmiddels weer bijna aan. Ik ben benieuwd of Radio 2 opnieuw met een wereldkaart komt waarop de stemmen terug te vinden zijn. Ook ben ik erg nieuwsgierig waar de platen te vinden zijn waar vorig jaar iets mee aan de hand was. Of het opnieuw tot een publicatie leidt? Wie zal het zeggen...

Een slecht jaar?

Nu ik het grootste deel van mijn portfolio-artikelen online heb staan, valt me ineens op dat ze bijna allemaal uit 2009 of 2011 komen. Sterker nog: de oogst is tot nu eenmaal 2008, driemaal 2009 en zesmaal 2011. Een mooie opgaande lijn dus, behalve dat 2010 haast opzichtig ontbreekt.

Tijd om de jaarproductie er eens bij te pakken. Wat gebeurde er ook al weer in 2010? Er waren gemeenteraadsverkiezingen, gevolgd door een formatie waar ik nog altijd met genoegen op terugblik. Met wat netwerken en een paar handige vragen had ik de coalitie al in de krant had voor deze officieel bekend was. In de zomer maakte ik een reportageserie waar ik in deze blogpost al wat over schreef. En in de herfst stak er een behoorlijke politieke storm op binnen het CDA. Zowel landelijk - ik volgde de Bergeijkse CDA-afdeling bij het roerige congres over regeringsdeelname - als lokaal. Aan het eind van het jaar maakten we bij het ED een bijlage over het Glazen Huis van 3FM, dat in 2010 op de Eindhovense Markt stond. De dj's zamelden er geld in voor hulp aan aidswezen in Oeganda. Ik schreef een soort science fictionverhaal: wat als Eindhoven getroffen zou worden door een aidsepidemie als in dit Oost-Afrikaanse land?

Journalistieke hoogtepunten waren er dus ook in 2010. Toch ontbreken ze in dit portfolio. Niet omdat ze er misstaan, maar omdat ik veel van deze verhalen al elders inzet. Zoals eerder vermeld, moet ik nog twee minors afronden. Het voorstel dat ik daarvoor bij de examencommissie heb ingediend, bevat - min of meer toevallig - juist wél veel verhalen uit 2010.

dinsdag 8 november 2011

Analyse

In drie jaar als gemeenteverslaggever heb ik tientallen dinsdag- en donderdagavonden in het gemeentehuis doorgebracht. Veel mensen kunnen zich waarschijnlijk niets saaiers voorstellen dan een raadsvergadering, maar daar denk ik tot echt anders over. Toegegeven, het leek me zelf vooraf ook niet de meest sexy kant van mijn journalistieke werk. Maar dat blijkt het eigenlijk toch wel te zijn. Natuurlijk zijn raadsvergaderingen belangrijk omdat er veel besloten wordt, maar het politieke spel dat daarmee gepaard gaat is soms zelfs nog interessanter.

Het duurt even voordat je als beginner door hebt hoe de hazen lopen. De eerste maanden mis je meestal nog de voorkennis om met gezag over een onderwerp te kunnen schrijven. Mijn eerste analyse schreef ik daarom pas toen ik de gemeente al een jaar volgde. Het laatste jaar schrijf ik ze bijna aan de lopende band: gemiddeld zeker één per maand. Ik vind het ook voor mijn positie als journalist belangrijke stukken. Ik schrijf natuurlijk voor de lezer, maar een goede analyse levert mij ook naar college- en raadsleden extra geloofwaardigheid en gezag op.

Een analyse is in het ED overigens vaak wat meer opiniërend dan te doen gebruikelijk. Dat heeft te maken met de genres die we in de krant hanteren. We hebben weliswaar een opiniesectie, maar puur gemeentelijke onderwerpen zijn vaak niet geschikt om op een algemene pagina mee te gaan. Een enkele keer zoek ik daarom ook wel de grenzen van het genre op.

In mijn portfolio wil ik twee analyses opnemen. De ene is vrij voorzichtig van opzet, de ander speelt met de grenzen van het genre: het is eigenlijk bijna een column. Omdat het onderwerp vrij luchtig is - maar de gang van zaken mede daarom juist veelzeggend - vond ik dat in dit geval wel kunnen. Ik ben benieuwd hoe u daar tegenover staat. Reacties zijn van harte welkom!

Op de bonnefooi

Zoals ik hier al vaker heb gemeld, volg ik voor het Eindhovens Dagblad de gemeente Sint-Oedenrode. Om eerlijk te zijn: het liefst heb ik het daar gigantisch druk mee. Soms is het dat ook en volgen de nieuwsonderwerpen elkaar in rap tempo op. Maar er zijn ook wel eens dagen dat er in een relatief kleine gemeente gewoon niet zo veel gebeurt. Ik word daar vaak een beetje onzeker van. Heb ik wel genoeg Sint-Oedenrode in de krant? En gebeurt er écht niks, of gaat het nieuws langs me heen?

Gelukkig is de agenda na wat spitwerk vaak weer snel gevuld. Behalve in de komkommertijd, natuurlijk. Want als de helft van het dorp op vakantie is, de politiek op zijn gat ligt en de scholen gesloten zijn, valt er nu eenmaal niet zo veel te melden. Gelukkig is er een wapen tegen die zomerluwte: series en rubrieken. Daar staat natuurlijk niet veel hard nieuws in, maar ze leveren wel vaak mooie verhalen op. Op die manier vind ik dat we er bij het ED jaarlijks in slagen om toch een interessante zomerkrant te maken.

Zomerseries

De afgelopen twee zomers ben ik telkens een week op pad geweest voor zo'n serie. In 2010 heb ik vijf grote reportages vanuit één en dezelfde straat. Het leverde verhalen op die niet direct een nieuwsaanleiding hadden, maar toch veel over het leven in onze regio zeggen. Zo was 'mijn' straat een buurtschap in het buitengebied waar vroeger veel veebedrijven gevestigd waren. Ik ben er bij de laatst overgebleven koeienboer geweest.

Afgelopen zomer gooiden we het over een andere boeg: onder de titel 'Swiebertje' trokken we een week op de bonnefooi de regio door. Collega's deden dat bijvoorbeeld per boot, buurtbus of op een scootertje. Ik verplaatste me lopend en/of liftend. Mensen die ik sprak, mochten met een blinde prik op de kaart mijn volgende reisdoel bepalen. Zo bracht het toeval me al de eerste nacht in de dierentuin. Het laatste verhaal vind ik een van de leukste reportages (linker- en rechterpagina) die ik tot nu toe heb geschreven. Ik heb ook nog nooit zo veel reacties op een artikel gehad.

Elsendorp

Het toeval bracht me namelijk in Elsendorp, een klein dorp in de Peel. Op het terras van de enige snackbar raakte ik aan de praat met een groep jongens van 18, 19 jaar oud. Ik vroeg ze uiteraard of er in Elsendorp nog wat interessants te beleven viel. Ja dus: zij organiseerden net die avond een schuurfeest en hadden daar zelfs een stripster bij besteld. Het bleek dé perfecte combinatie voor een verhaal in deze rubriek. Een tikje ondeugend, met een knipoog, maar ook met oog voor de ontwikkeling die erachter schuil gaat.

De komst van de stripster mag dan hilarisch zijn, er zat ook een tweede laag in het verhaal. We schrijven als krant veel over jongeren in de dorpen, schuurfeesten en drankgebruik. Maar we komen er zelden, ook omdat we er natuurlijk niet zo snel welkom zijn. Juist door de formule van deze rubriek kon ik daar nu wél een verhaal over schrijven. En komt bijvoorbeeld ook de naam van de Elsendorpse jeugd in de regio aan bod. Dat vind ik dan ook het mooie aan dit verhaal: het laat zien dat een zomerreportage geen loze krantvulling is, maar ontwikkelingen juist vanuit een andere invalshoek kan belichten. Vandaar dat ik na zo'n zomerweek toch steeds denk: deden we dit maar wat vaker...

Overigens was ik tijdens deze Swiebertje-week ook online te volgen. De blogs zijn terug te lezen op de site van het ED.

Twitter als journalist

De komende weken ga ik ook aan de slag met mijn reflectieproduct. De feedback op mijn eerste ontwerp ontving ik zojuist terug. Die was gelukkig overwegend positief, dus kan ik verder op de ingeslagen weg. In mijn vakreflectieproduct wil ik een brug slaan tussen de 'oude' krant en nieuwe media. Die vormen mijns inziens niet alleen een gevaar, maar juist ook een kans voor verslaggevers. Ik richt me daarbij vooral op een fenomeen dat ik de afgelopen jaren ook zelf aan den lijve heb ondervonden: de rol van Twitter als nieuwsbron.

Zelfs was ik lange tijd nogal sceptisch over het medium dat vooral bekend stond om zijn mededelingen wat mensen die avond gegeten hebben. Na ruim een jaar twitteren ben ik helemaal om. Omdat het stiekem toch wel een leuke manier is om contacten te onderhouden, maar vooral ook omdat het me als journalist geen windeieren heeft gelegd. De artikelen in de krant die met een twitterbericht zijn begonnen, zijn inmiddels niet meer op de vingers van twee handen te tellen. En dan heb ik het alleen nog maar over mijn eigen verhalen. Twitter levert een relatief eenvoudig te bereiken en weinig tijdrovende uitbreiding van je netwerk op.

Een goed voorbeeld vind ik het verhaal dat ik afgelopen winter geschreven heb over de sneeuwoverlast. Al twitterend las ik dat Alfred Kempe, Rooienaar en directeur van het Elde College in Schijndel, al meer dan een etmaal vast zat op Schiphol. Vanaf dat moment ben ik zijn tweets wat beter in de gaten gaan houden. Toen hij weer anderhalve dag later twitterde dat hij op weg naar Madagascar nog steeds niet verder dan Parijs was geraakt, heb ik hem opgebeld. Uiteindelijk was hij pas na vier dagen onderweg naar zijn plaats van bestemming; het perfecte verhaal om aan de hand van iemand uit de regio de verkeersellende te schetsen.

En zo zijn er dus nog veel meer voorbeelden van twitternieuws. Soms slechts een berichtje, soms juist een langer verhaal. Vanuit die eigen ervaring wil ik in mijn vakreflectieproduct belichten op welke manier je juist als regiojournalist van het medium kunt profiteren.

Benieuwd geworden naar mijn eigen tweets? Ik ben op twitter te vinden onder de naam @LvdSt.

maandag 7 november 2011

Een andere aanpak

Net als veel andere verslaggevers heb ik een haat-liefdeverhouding met 'mijn' gemeente Sint-Oedenrode. Soms is er de ergernis dat alles via de afdeling voorlichting moet. En dat antwoorden op ogenschijnlijk simpele vragen vervolgens lang op zich laten wachten. Of lees je hoofdschuddend een nogal onbegrijpelijk stuk door over stankoverlast en het maximaal aantal toegestane 'odeur-units'. Je moet er maar op komen...

Toch is de gemeente uiteindelijk je belangrijkste nieuwsbron. Al is het maar omdat elke belangrijke kwestie vroeg of laat wel een keer voorbijkomt in de gemeenteraad of het college van B en W. Aan de andere kant willen we het ED niet alleen maar volschrijven met institutioneel nieuws. De kunst is dus om een relatief 'saai' nieuwsonderwerp zo te brengen dat het toch interessant wordt.

Verlichting

Een goed voorbeeld vind ik de reportage die ik maakte over de kwaliteit van de openbare verlichting in de gemeente. De gemeenteraad boog zich op dat moment over een 'openbaar verlichtingsplan'. Veel partijen wilden het buitengebied donker houden, maar vroegen wel aandacht voor de veiligheid van fietsers langs de hoofdwegen. In plaats van een toelichting van de wethouder of een discussie in de gemeenteraad ben ik toen zelf op de fiets gestapt en ben in het donker de belangrijkste fietsroutes langsgegaan.

Het resultaat was een soort recensie van de gemeentelijke fietsroutes-in-het-donker. Ik denk dat het resultaat voor de lezer zowel leuker als informatiever was dan een raadsverslag of een toelichting van de wethouder.

Gevaar

In zo'n reportage schuilt echter ook een gevaar: door sterk vanuit eigen beleving te schrijven, teer je wel weer in op je objectiveit. In dit geval vond ik dat kunnen, omdat de toon vrij luchtig is en het onderwerp politiek niet gevoelig lag.

Als de wethouder bijvoorbeeld onder vuur had gelegen, had ik waarschijnlijk voor een andere aanpak gekozen. Dan had ik misschien wel dezelfde tocht gemaakt, maar dan samen met de wethouder iemand die kritiek heeft op het verlichtingsplan. In dat geval zou ik als journalist een stap terug doen en de discussie belichten. Mijn eigen visie zou dan in een analyse kunnen volgen.

Ik ben benieuwd hoe lezers van dit blog hierover denken. Kun je je eigen mening als journalist in een reportage verwerken? En waar ligt dan de grens?

Bekijk hier de linker- en rechterpagina van deze reportage.

donderdag 3 november 2011

Drie jaar bij het ED

Toen ik begin 2008 mijn tweede stage bij de Volkskrant achter de rug had, wilde ik graag blijven schrijven. Vol goede moed stuurde ik daarom enkele open sollicitaties naar de Brabantse regionale kranten. Als correspondent, tijdelijk medewerker of parttimer wilde ik proberen werk en studie te combineren. De sollicitatieronde had al snel succes. In april kon ik op gesprek komen bij het Eindhovens Dagblad.

Dat eerste dienstverband was geen lang leven beschoren. Ik maakte spoedig kennis met zowel de neergaande tendens in de dagbladsector als het opportunisme van grote mediaconcerns. Toen ik drie dagen in dienst was, kreeg de hoofdredactie opdracht om alle tijdelijke werknemers de deur te wijzen. En dus hield mijn eerste ED-periode al na negen dienstdagen op.

Gelukkig kwam er nog geen twee maanden later een herkansing. De storm binnen Wegener was voor even gaan liggen en ik kon tot het einde van de zomer vervangingswerk doen. Die periode is vervolgens flink uit de hand gelopen. Aan het einde van die zomer had ik een tijdelijk contract en een plek op de streekredactie. Weer een jaar later kwam ik in vaste dienst. Op voorwaarde dat ik op termijn mijn diploma zou halen.

Die combinatie bleek voor mij bijzonder lastig. Vandaar dat ik in overleg met de hoofdredactie voor een onbetaald verlof heb gekozen. Een mooie kans, want mét diploma heb ik de garantie terug te keren op mijn post en heb ik dus alvast wat veel anderen nog zoeken: een vaste baan.

Op naar dat diploma

"Maak je studie wel af, hè!" Drie jaar lang heb ik braaf ja geknikt als ouders, docenten, vrienden, collega's en trainingsmaatjes informeerden hoe het op school was. Mijn antwoord was dat ik er al een tijd niet meer geweest was, maar dat ik het inderdaad écht af zou maken. Maar ondertussen viel de combinatie van een baan bij het Eindhovens Dagblad en toch nog een aantal forse hobbels op school niet mee. Ik heb de twee verplichte minoren vaak vervloekt.

Na drie jaar werken in de praktijk is het dan toch eens tijd om die weg naar een diploma te effenen. De krant is bereid mij drie maanden met onbetaald verlof te sturen. De eerste maand stond vooral in het teken van alles op een rijtje zetten. Voor de twee minors heb ik een voorstel op papier gezet om die via eerder verworven competenties (EVC's) af te ronden. De examencommissie buigt zich daar de komende weken over. In de tussentijd begin ik vast aan een afstudeerportfolio en een reflectieproduct. Een van de stappen is om dit afstudeerblog officieel in te luiden.